(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Maria Sybilla Meriaen Over de voortteeling en wonderbaerlyke veranderingen der Surinaamsche insecten : waar in de Surinaamsche rupsen en wormen, met alle derzelver veranderingen, naar het leeven afgebeelt en beschreeven worden .."

- ( </"'. '• I ,'vi ■■:'. '/.■ 



-/'(■/■ 



MARIA SIBILLA MERIAEN 



Over de 



VOORTTEELING en WONDERBAERLYKE 

VERANDERINGEN 



DER 



SURINAAMSCHE 




CTEN. 



Waar in de Surinaamfche RUPSEN enWORMEN, met alle 

derzelver Veranderingen, naar het leeven afgebeelt eri befchreeven worden ; zyn- 
de elk geplaatft op dezelfde Gewaffen , Bloemen en Vruchten , daar ze op gevon- 
den zyn : Beneffens de Befchryving dier Gewaffen. Waar in ook de wonderba- 
rePADDEN, HAGEDISSEN, SLANGEN, SPINNEN enan- 
dere zeltzaame Gediertens worden vertoont en befchreeven. Alles in Amerika 
door den zelve M. S. MERIAEN naar het leeven en leevensgrootte gefchil- 
dert, en nu in 't Koper overgebragt* 

Benevens een Aenhangfel van de veranderingen van VISSCHENinKIK-J 
VORSCHEN, envanKIKVORSCHEN in VISSCHEN. 




^AMSTERDAM, 
By JEAN FREDERIC B E R N A R D. 

M D CC XXX. 



. I . 



CU*; 



Den Hoog-Eedelen^ Achtbaeren en geftrengen H E Ë R E a 



DEN HEERE 



M R BALTHAZAR SCÓTT, 



S C H E P E 



E N 



R A E 



Mitsgaders 



T F A N G 



V 



Van des geme enen Landt $ middelen te Am ft er dam , 



- - t, 



B A I L L J U W 



E N 



D Y KG R A A F 

Van de Watergraefs~tJl4eer , enz. enz. enz. 




porlugte Hoofdtelg van uw Hooggebooren Stam, 



Groot Agtbre Schepen van ons magtig Amfterdam, 
En wakkre Raedtsheer, laet uw heusheit 't niet mishaegen, 
Dat ik dit Boekjuweel u nedrigh op kom draegen, 

Zoo zal de naem van S C O T T aan *t Werk van M E R I A E N 
Een luifter geven, door geene Eeuwen te vergaen. 



Dit is de vvenfch 
Van 

U Wel - Edelens 

Onderdanigen en Verpligten Dienaar, 



JOANNES OOSTERWYK. 



D E 



UYTGEEVER 



TOT DEN 





L E E Z E 



Yt de Voorreeden, door Wyle Juffrouw MARIA SY* 

BILLA MERIAEN gedaen , zal de Leezer ten vollen onderricht 
zyn wat van dit Werk te zeggen is , en tot hoe verre die kunftryke en 
^onvermoeide Vrouwe het gebragt heeft : Hierom heb ik niet anders te 
berichten, dan dat na het overlyden dier yverige Vrouwe, en het vertrek van haere 
Dochters, de eenenaar Surinaeme en de andere naar Moskovien, dit heerlyke 
Werk der Surinaemfche Infeóten, gelyk ook dat der Europeefche , my door aan- 
koop is eigen geworden, wanneer ik, bevindende dat zy deze Werken by gedeel- 
tens wel uitgegeven , doch aen geen Van beide de laafte hand geflagen had , aen- 
ftonds voornam om het Werk der Europeefche Infecten te voltooijen en uit te ge- 
ven, gelyk ik ook het een en het ander, zo wel in het Latyn , als in het Neder- 
duits volbragt hebbe. Doch zulks is alomme bekent. 

Veele fwarigheden deeden zich in dit groote Werk op ; want een groot gedeelte 
der aftekeningen van de Surinaemiche Infeóten met hun voedfel , waar van wel 
eenige Tekeningen , doch verre de minfte , in 't Koper begonnen waaren , machtig 
geworden , befloot ik op aanraadinge van verfcheide Kunft-beminnaars dit heerlyke 
Werk , volgens het voornemen van de naarftige MARIA SY BILLA ME- 
RIAEN zelve , te brengen tot fijn volkomentheid , en daar en boven met eene 
kunftige Tytelplaat en andere Vercierfelen te verheerlyken 5 maar myn voornemen 
waare ver te kort gefchooten , en de fwaare koften zouden vergeefs zyn geweeft, 
indien de groote Kenner en Bezitter van menige zeldzaamheden , de Heer Z. 
SCHYN VOET (om zyne deugden en vernuft van yder een bemint) my niet 
was te hulp gekomen , en het zelve tot dit volle beflag , waar in het nu de Waereld 
word medegedeelt , zonder ooit in het toekomende eenige veranderinge onderwor- 
pen te konnen zyn, vermits al het Surinaamfche , dat onder de Overledene was 
beruftende, in 't Koper is gebragt, en zy uit der tyd gefcheiden is , had helpen 
brengen. Ik hebbe tot een aanhangfel hier nog twee Kunftplaaten by gevoegt, 
Welker Tekeningen my uit het Kabinet van den bekenden Liefhebber , den Heere 
A. SEBA, edelmoedig zy medegedeelt. Gelyk op pag. 50, en 51. kan gezien 
worden. 



JOANNES OOSTERWYK. 




O P D E 

VERHANDELING DER 

SURINAEMSCHE INSECTEN 

VAN W Y L E 

JUFF R MARIA SYBILLA MERIAEN. 

JO opent zich een nieuwe Hof 

\ Van overzeefch Geboomte en 'Bloemen. 

Wie leer faam is > vind hier weer ftóf, 
lOm's wyzen Scheppers magt te roemen 5 
En uyt het allerminfte Kruydt 
Te ontdekken , hoe ver zy verdwaelen > 
Die goddeloos en dwaas verhaelen , 
Dat alles uyt zich zelven fpruyt 
Elk blad, elk BloeylTel toont Gods werking , 

En'wyfl: zyn onderhouding aen, 
En leert, dat zonder die verfterking 
Hier alles zonder maet zou gaen. 
Niet minder kan men dit befliffen 
In dit geöpent Kabinet , 
Door MhilAENte faam ?ezet 

't T ' 

Uyt Simnaemfche Hagedifen 5 . . . 

U yl Forfcben, Padden , Slang en. Spin, 
Uyt Mieren y Rups , en vremde Wormen > 

Die,, eerftelijk verandert in 
Een Topje , naderhant vervormen 

In Vyltje& 9 vgLn verfcheyden aert 5 
En veelerley koleur en vlekken, 
Die yders ogen naer zich trekken, 

Als de uyterfte verwond'ring waert. 
Ik kan myn oogluft niet verzaeden ; 

Hoe meer ik lette op kleur ca lyf , 
Hoe meer 'k verlief op deeze bladen y 

Hoe hoger 'k opgetogen blyf, , 

En my verplicht vind dank te zeggen 

Aen Vrou SYBlLLAES geeft, on ylyt, 

Die vry voor 't knaegen van den tydc, 
Haer naem in jders mond zal leggen , 

En leeven doen na haercn doot , 
Nu Oofterwyk , die uyt ontfarmen 

Haer Letter- weeskind maekte groot, 
Het (leunen leert op eygen armen , 

Dies 't ook uyt dankbaerheit zyn Voogt 

En Moeders roem en zórg verhoogt. 

M. BROUËRIÜS VAN NIEDEK. Advt. 

.._.■.-. • - I 






ARIA SIBYLLA MERIAN 

AAN DEN 




E E 






K heb my Van thyne jeügt af aan friet de onderzoeking der InfecTreii 
j bezig gehouden, in 't eerft begon ik met de Zyde- Wormen in myne 
^Geboorte-ftad Frankfort aan den Main, daar na bemerkte ik dat uit 
i andere R upfen veel fchoönder Capellen en Uilen voortquamen ," als uit 
Me Zyde- Wormen 5 dit bewoog my om alle Rupfen te vergaderen , die 
> ik vinden konde , om haar verandering waar te neemen , waarom ik ook 
alle gezelfchap der menfchen verliet, en my töt deze onderzoeking veleedigde , op 
dat my in de Schilderkonft zoude konnen oeffenen , en die na het leeven teikenen 
en fchilderen, gelyk dan ook alle Infeóten , die te Frankfort voor eerft, en daar na 
tot Neuremburg heb konnen vinden , voor my zelve zeer curieus op pargement ge- 
fchildcrt heb , het welk daar na by gevalle in 't gezigtvan eenige Liefhebbers ge- 
koomen is , die my toen ter tyd zeer kragtig hebben aangezet om myne ondervin- 
dinge der Infeóten in 't licht te geevcn tot fpeculatie en genoegen der curieufe On- 
derzoekers der Natuur, hier toe heb ik my eindelyk laten overreeden, en heb de- 
zelve met myn eige hand in 't kooper gebragt , wiens eerfte Deel in Quarto 1679. 
en het tweede ió8 3- heb uitgegeven , naderhand ben ik in Vrieslanden Holland 
gekomen, en heb aldaar myne ondervindingen der Infeóten vervolgt, bezonder in 
Vriesland , want in H olland heeft het my meer aan geleegenheid ontbr ooken als elders , 
voornamentlyk om op te zoeken het geen op Hyen en Veenen te vinden is, dog dit 
myn gebrek is veel door andere Liefhebbers herftelt geworden , die my dan de 
E upfen gebracht hebben, om haar veranderinge verder waar te neemen , gelyk ik 
nog veele ondervindingen by een heb, om nog meer by de twee voorgaande Dee- 
len te konnen voegen 5 maar in Holland qu&mik met verwondering te zien, wat al 
fchoone Gediertens men uit Ooft- etl Weftindien deed koomen, voornamentlyk, 
wanneer my de eergefchiede van te mogen zien het koftelyk Cabinet van den Edele 
Groot Achtbaare Heer M r ' Nicolaas Witsen 3 Burgermeefier der Stad Am/Ier 'dam , en 
'Bewimhtbber der Ooft- indifebe Maatfchdppy $ &c. als ook dat van den Edele Heer Jo- 
nas Witsen 3 Secretaris der z>efoe Stad ; vorders zag ik ook het Cabinet van den 
Heer Fredericus Ruisch, M: D: Anatomes & Botamces ProfeJJor , dat van S r Li- 
vinus Vincent, en van veele andere, in welke Cabinetten deze en ontelbaare 
andere Infeóten gevonden heb, dog zo, dat daar aan ontbrak derzelver oorfpronk 
en generatie, te weten, hoe fy uit Rupfen in Poppetjens en zo verder veranderen j 
dit heeft my aangeport een grote en koftelyke reife te ondemeemen, en na Suri- 
naame in America te vaaren, (een Landt heet en nat, en van waarde voorfchreeve 
Heeren deze Infeóten ontfangen hebben ) om aldaar myne ondervindingen te ver- 
volgen, gelyk ik dan ook in Juni des jaars 1699. daar na toe gevaaren en gebleven 
ben, om dies wegen naauwkeuriger onderzoekinge te doen, tot dat in Juni des jaars 
1701. my weeder naar Holland begaf, alwaar ik den 23. September daar aan volgen- 
de aanlandde , daar heb ik deeze ieftig ftukken met haar ondervinding curieus na 
het leeven op pargement gefchildert , die nevens de gedroogde Beesjes by my te 
zien zyn , ik vond in het Land niet de bequame gelecgentheid om de ondervin- 
ding der Infeóten te doen, die ik my verbeeld hadde,alzo hetClimaat van dat Land 

zeer 



zeer heet is, en deze hitte tegen myn natuur ftrydig was , weshalven ik my genood- 
zaakt vond vroeger weder na huis tekecrcn, als ik gedacht hadde. 

Als ik nu weder in Holland gekomen was , en myne gelchilderde Stukken van eeni- 
Liefhebbers gezien wierden , zo hebben fy my zeer aangezocht , om die met den 
Druk gemeen te maakcn , oordcelende dat dit het eerfte en curieufte Werk was , dac 
ooitin America gefchildert is, maar de onkoften, die , om dit Werk uit te voeren, 
moften gedaan worden , hebben myinYeerfte afgefchrikt, maar heb eindelyk hier toe 
ook gerefolveert. 

Dit Werk dan beftaat uit feftig koopere Plaaten , waar op in de negentig ondervin- 
dingen van R upf en , Wormen en Maeden vertoont worden , hoe dezelve vervellende 
in couleur en f orm veranderen , en eindelyk tot Cappellen , Uilen , Torren , Beijen 
en Vliegen veranderen, alle deze Gediertens zynop de zelve Ge wallen, Bloemen en 
Vruchten geplaatft , die zy tot haar onderhoud aten j hier is nog bygevoegt de genera- 
tie van de Weft-1 ndifche Spinnen , Mieren , ^langen , Hagediüen , wondcrbaare Pad- 
den en Kik vorfchen , uitgenomen eenige weinige , die ik op getuigeniffe der Indianen 
daar by gevoegt hebbe. 

In het maaken van dit werk heb ik niet eigenbaatzugtig geweeft, zullende ver- 
genoegt zyn, wanneer maar myne gedaane onkoften wederom kryg ; ik heb geen 
onkoften in het uitvoeren van dit Werk gefpaart , maar heb de Platen door de be- 
roemde Meefters doen fnyden, en het befte Papier daar toe genomen, op dat zo 
wel aan de Kenders der Kunft, als aan de Liefhebbers der Infeden en Planten 
plaiiler en genoegen zoude geeven, gelyk ik my dan verblyden zal, wanneer ik 
hoore , dat ik myn oogmerk berykt , en te gelyk genoegen zal gegeeven hebben. 

Het Schrift van dit Werk heb ik gelyk de Anatomie van de Heer ProfeiTor Bid- 
loo tuffen twee Printen op een blad gevoegt, ik had het Schrift wel langer konnen 
uitbreiden , maar door dien de tegenwoordige Wereld zeer delicaat en de gevoelens 
der Geleerden verfchillig zyn, zo heb ik maar eenvoudig by myn ondervindingen 
willen blyven, en daar door ftofïe aan de hand leeveren , waar uit eenieder na fijn 
eigc zin en meening reflexien kan maaken, en de zelve appliceeren na fijn welbe- 
haagen, behalven dat zulks aireede door anderen overvloedig gedaan is, als door 
M-oufet, Godart, Swammerdam, Blanckaart en anderen. Ik heb de eer- 
fte verandering van alle Infe&en Poppetjes , de tweede der Rupfen Cappellen, die by 
dag vliegen , en die by nacht vliegen Vilen : de tweede verandering der Maeden en 
Wormen Vliegen en Beijen genaamt. 

De naamen der Planten heb ik behouden , zo als die in America van de In- 
woonders en Indiaanen gegeven worden 5 de Latynfche en andere naamen zyn onder 
aan door de Heer Casparus Commelin, M. T>. Horti Medici 'Botanicus 9 erxAcad* 
Caejareo-Leopoldinae Collega daar by gevoegt. 

Indien my God gezontheid en leeven geeft , zo ben ik van mening myne onder- 
vinding, die ik in Duitsland gedaan heb, te vermeerderen met die van Vriesland 
en Holland, en die in de Latynfche en Nederduitfche Taaien te geeven. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN i 
DE I. AFBEELDING. 

DE Ananas zynde de voornaamfte aller eetbare vruchten , is ook billyk de eerfte 
van dit Werk en van myne ondervindinge ; in 't eerfte blad word (y bloeien- 
de vertoond , geiyk in het volgende een rype zal te zien zyn. De kleine geco- 
leurde bladeren dicht onder de vrucht zyn als een rood fatyn met geele vlakken 
vercierd, de kleine uitfpruitzels aan de kanten groeijen voort, als de rype vrucht 
afgeplukt is, de lange bladeren zyn van buiten ligt zee -groen , van binnen gras- 
groen, aan de kanten wat roodachtig met fcharpe doornen voorzien. In 't overig 
ge is de cierlykheid en fraeiheid dezer vrucht van verfcheidene Geleerden , als van 
de Heeren Pifo en Markgrave in baar Hiftorien van TSrafiel , Reede in &yn elfde T>eel van de 
Hortus Malebaricus , en Commelin in het eerjie gedeelte van den Amfierdamfche Hof^ als ook 
van anderen wytloopig befchreeven, zal my dierhalven daar mede niet ophouden, 
maar tot myn ondervindingen der lnfeci:ert voortgaan. 

Kakkerlakken zyn de bekendfte aller ïnfecten in America , wegens de groote 
fchade en ongemakken , die fy allen Inwoonderen aandoen , bedervende alle haaren 
wollen, linnen, fpys en drank, zoetigheid is haar ordinaat voedzel, daarom fy 
deze vrucht zeer genegen zyn , zy leggen haar zaad dicht by malkander , met een 
rond ge(pinft omgeeven , als zommige. fpinnen hier te lande cloen ; als de eyers ryp 
zyn, en de jonge volmaakt, byten fy zich door haar eijerneft en loopen de jonge 
Kakkerlakjes met groote rafïigheid daar uit , en zynde zoo klein als mieren , zoo 
weeten fy in de kiften en kaften te komen door de vocgzels en ileutelgaat jes , daar 
fy dan alles bederven; fy worden dan eindelyk zoo groot , gelyk op het voorfte 
blad te zien is, van coleur bruin en wit. Als fy nu haare volkoomene grootheid 
hebben, dan barft haare huk op den rug op, en komt een gevleugelde Kakkerlak 
daar uit, week en wit , de huk blyft in haare forme leggen, als of het een Kakker- 
lak was , maar leedig van binnen. 

Op de andere zyde van deze vrucht is een andere foort van Kakkerlakken. Deze 
draagen haar zaad onder haar lyf in een bruin zakjen, als men die aanraakt, laaten 
fe het fakje vallen, om beter te konnen ontvluchten, uit dit zakje komen de jonge- 
tjes, en veranderen als de voorgaande groote, zonder onderfcheid. 

T>e be zondere benaamingen , waar meeae dit ge~ I over de twaalf deelen van V Malabarfcbe Kruid 
was van verfiheïde Autheuren werd genaamt , zyn I gemaakt, 
by den andere te vinden^ 'm myn Flora Malebarica^ * 



; 



2 VERANDERING DER SÜRINAAMSCHE INSECTEN. 

DE IL AFBEELDING. 

IS een type Ananas , als men die eeten wil , werd fy gefchilt , de fchille is een 
duim dik , als die te dun werd afgefchilt , zoo bly ven daar aan zitten fcharpe 
haartjes , die in bet eeten zich in de tonge zetten , en veel pyne veroorzaken. Den 
{maak dezer vrucht is , als of men druiven , apricofen, aalbefien, appel ea 
peeren onder een gemengt hadde, die men alle te gelyk daar in proeft. Haar reuk 
is lieflyk en fterk % als men die opf nyd , zo ruikt de heele kamer daar na. De kroon 
en de f printen , die ter zyde uitfehieten , legt men in de grond , die weder nieuwe 
planten werden , fy groeijen zo gemaklyk als onkruit , zes maanden hebben de jon- 
ge fpmiten ooodig tot haare volkome rypheid. Men eet ze rauw en gekookt, ook 
kan men wyn en brandewyn daar uit perffenen branden, die beide heerlykvan fmaak 
zyn en alle andere te boven gaan. 

De Rups die op deefe Ananas fit, vond ik in het gras by de Ananaffen Anno 
1700. in 't begin van May 5 fy is ligt groen met een roode en witte ftreep langs 
het geheelc lichaam. Den 10. May veranderde zy in een Poppet jen, daar den 18. 
May een zeer fchooneCapel uit voort kwam, geel met fchoone blinkende en groene 
vlakken vercierd, gelyk als een zodanige zittend en vliegend vertoond word. 

Op de kroon van de Ananas zit een klein roodachtig Wormken, dat een dun 
gefpinft maakt, daar een klein Poppetje in legt, het welke is hetWormke, dat de 
Couchenille verteert , ik heb diergelyke veel gehad , en is genoeg in de Couchenille 
te vinden, hier te Lande; daar een iegelyk, die curieus is, zulks nazoeken kan. 
Boven het gefpinft van dat Wormke legt een Poppetje, wiens velletje ik geopent, 
en de Couchenille daar in gevonden heb , welke Couchenille wat hooger op de kroon 
vertoond werd, en niet anders is als het lichaam van de twee Torretjes, die hier 
• {taande en vliegende vertood werden , wiens roode vleugels met fwarte randen om- 
vat zyn. Dit heb ik maar tot vercieringe van 't blad bygezet , zynde uit drooge 
Couchenille opgezocht, eo geen Americaanfche veranderingen, het welk ook an- 
dere curieufe Onderzoekers alzo gevonden hebben. Onder dezelve de Heer Leeu- 
wenhoek , miffive 60. en 28. November 1687. pag. 14-1. tot 14-4- Doctor Blankart 
de Infcdis fok ,215. 

De Capelle door het vergroot-glas gezien , daar van vertoont zig het meel op de 
vleugels als viiTchobben , met 3. takjes is elke fchob,met lange hairen op de zelve, 
de fchobben leggen regulier , dat men die zonder groote moeite zou konnen tellen, 
het lichaam is vol vederen met hairen doorvlogten. 




J? Jüyior Jou#>. 




\&s*GAa, 




VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 3 

DE IIL AFBEELDING, 

DEze Vrucht word in Surinaam de kleine Zuur&ak geriaamt, zullende op Fig. 
14.. de groote volgen 5 fy vvaffchen booms wyze,draagen Hechte vruchten van 
weinig dienfU de vrucht is van buiten geel, van binnen vol fvvarte zaaden,enmet 
witte merg. 

Op deze Boom vond ik Anno 1700. in Augüftus deeze fchoone groene Rups, 
fy nuttigde de bladeren tot fpyze tot den 18. Augufti, wanneer fy het vel afgetrok- 
ken zynde tot zoodanig een bruin Poppetje geworden is , uit het welke den 12. Sep- 
tember deeze fchoone fwart en witte IJ il voortquam? fy heeft een dubbelde fnuit, 
als zy honing uit de bloemen willen zuigen i leggen zy deeze dubbelde inuit te fa- 
men, dat het een pypjeti werd, en zo trekken ze haar voedfel na zig, dit gedaan 
hebbende rollen fy haare muit dicht by een 5 en leggen hem in het hair onder haar 
hooft , dat men die qualyk vinden kan 5 fy vliegen niet als by nacht , en hebben 
een ftark leven. Door het vergrootglas gezien i vertoont zig het meel op de 
vleugels , als bruine , witte en fvvarte vederen van bonte hoenderen : het lichaam 
is zo hairig als een Beer, op de oogen felfs zyn hairen, de muit toont zich als 
de ftrot van een gans of endvogel, de voeten en hoorntjes vertoonen zich wonder 
fchoon. 



Verfcheidene foorten van Zuur zakken ijverden in 
den Trodromus 'Paradifi Batavi onder de naam van 
Anona. voorgejlelt : als ook in het derde 'Deel van de 
Hortus Malebaricus onder de naam van Anona marans 
en Attamarans befchreeven , jaarlyks worden zaaden 



van verfcheidene foorten van Zuurzakken uit A- 
merica in Holland overgezonden, drie bezon der e foor- 
ten werden in den Amjterdamfcheu Hof ge que e kt % 
verfcheelende van den andere meefi in groot e. 



4 VERANDERING DER SU RINAAMSCHE INSECTEN. 

DE IV. AFBEELDING. 

Dit Kruid werd in America Manyhot en Manyot , en het brood , dat uit de wor- 
tel van dit kruid werd gemaakt, CaJ[a<ve genaamt, het wad: 8 a 9 voet hoog, 
heeft een roode ftam ofte fteelj om dit kruid te vermenigvuldigen, zo fnyd men 
de fleel aan {lukken , elk een hand lang en plant die in de aarde : even gelyk men 
met het zuiker-riet doet, een jaar daar na gebruikt men de wortel om brood daar af 
te maken, gelyk in het volgende blad Fig. 5. te zien is. 

Deze bruine hairige Rupfe heb ik Anno 1700. in Juny op dit kruid gevonden y 
eetende deszelfs bladen , waar mcede ik hem tot den 12. Juni gefpyft heb, wanneer 
hy in een Poppetje veranderde, gelyk een op het blad hangt : den 1. Juli kwam zo- 
danig een wit en bruin gevlakt Cappelletjen daar uit te voorfchijn , waar van ik een 
menigte in de Caffava akkers van den Heer van Vreedenburg hebbe zien vliegen, 
alwaar ik ook deze verandering waargenoomen heb. 

Tot vercieringe van het blad heb ik nog een jonge Sauvegard op de Cajfava fteel 
gezet, fy worden zo groot als een Crocodil io a 1+ voet lang,fy leven van doode 
beeften, dog vallen geen leevendige menfehen aan, gelyk deCrocodillen, dewyf- 
jens leggen ei j eren , vvaar toe fe een gat in het zand maaken aan den oever der ri- 
vieren, daar de zon dezelve uitbroeit ; de Indianen eeten de eijeren, welke zo 
groot zyn als Kalkoenen eijeren , maar wat langwerpiger. De Sauvegarden leeven 
op het land en in het water , als zy geen dood beeft of vifch vinden , zo eeten ze 
mieren en vliegen. Van diergelyke Gediertens zoude nog een geheel werk konnen 
volgen > wanneer ik zie, dat dit Werk van de Liefhebbers bemind en wel getrok* 
ken word. 



Verfcheide zyn de gewajfen , uit welkers wortel 
in America de Inwoonderen brood bakken: uit de 
jucca foliis Aloes , gelyk Aldinus in borto famefia- 
110 getuigt ; uit een meede foorte van Arum , ge Ijk 
ik in myn proludia botanica hebbe , welke Arum my 
had mede ge deelt de Heer NaJJi, daar by 'voegende , 
dat uit dejfelfs wortel meede een brood voor de India- 
nen gemaakt word, welke Arum als noch in de Am- 
Jierdamfihe Medecyn-hof 'waf; de Manihot fchynt 



wel die geen te wezen, die het mee ft e brood in ÏVeft- 
Indien uitlevert , verfcheide benaamingen heeft dit ge- 
was, als Manihot Theveti , juca & Caflavi J. B. 
Hiucca five Mandioca ex qua Caflavi Perkin- 
foni. Manihot indorum five juca foliis cannabinis.B. 
Pin. Ricinus minor , viticis obtufu folio , caule ver- 
rucofo , flore pentapetalo , albido , ex cujus radice 
tuberofa fucco venenato turgida Americani panem 
conficiunt. Sloan. Catal. plant, jamaic. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 5 
DE V. AFBEELDING. 

T*\ Eze wortel word Cajjava genaamt, hier uit word het gemeene brood gebak- 
-L' ken,, dat de Indianen en Europianen in America eeten. De wortel word 
gerafpt , dan perft men al het zap daar uit , dewyl het zap zeer venynig is , de 
uitgeperfte wortel legt men op een yzere plaat , gelyk de hoedemakers in deze 
landen gebruiken ; onder deze plaat legt men een klein vuur, om alzo alle ove- 
rige vogtigheid uit te doen waaffemen , zo bakt het te famen als befchuit, heeft 
ook den zelven fmaak als Hollandfche fyne befchuit. Als een menfch of beeft 
van het uitgeparfte water kouwt drinkt, moet het met de allergrootfte fmerte 
fterven , maar als men het gemelde water kookt ^ zo is het een zeer goeden 
drank. 

Deze groote fwarte Rups 3 welkers hooft en agterfte deel bloed rood, en het 
geheele lichaam fwart en geel geftreept is , deed in myn tyd zeer groote fchaden 
aan dit Gewafch in Surinaamen > eetende heele velden af, die tot onderhoud der 
menfchen beplant waren. In December 1700. heeft fy zig felfs vervelt , en is tot 
een bruin Poppetje geworden 5 vierweeken daar na quam fodanig een fchoone fvvart 
en witte geftippelde Uil daar uit, met orange gcele vlakken op het lyf. 

Deze Mange heb ik tot vercieringe dezes blads bygevoegt , fy is van natuure zoo 
gekrunkelt en curieus gevlakt, haare dikke buik toont dat zy eijeren by zig had- 
de, gelyk men ziet aan de eijeren die op de Caffava wortel leggen > zy hebben 
geen fchelle als de vogel-eij eren, maar zyn met een blaauw gefpikkelde huidomgee- 
ven, gelyk de eijeren der Crocodillen en Sauvegarden of Schildpadden , en zyn 
langwerpig rond. 



6 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE VI. AFBEELDING. 

F ze Diftel , in America Maccai genaamt , waft vier ellen hoog , heeft een witte 
bloeizel met geele draadjes in 't midden, draagt geele en roode beffen, die 
van menfchen en vogels genuttigt worden. De ftam word groot en ftyf , dat hy 
met een byl moet afgehouden worden. 

De boven zittende roode Rups met geele ftreepen heeft lange ftyve en bruine hai- 
ren, eet de bladeren dezer Diftel > den +. Augufti 1700. is fy my tot een Poppetjen 
geworden, hebbende alvoorens, naa de gewoonte aller Rupfen, haare huk verwif- 
ielt , fig hangende in een hout koleuren gefpinft > en is daar den 30. Augufti een 
fchoone Uil uitgekomen. 

De onderfte Rups is geel met fwarte vlakken en lang hair vercierd , en een rare 
foort, fy leggen met troupen by een, altyd des eenen hooft des anderen zyn fleert 
vafthoudende, en maaken alzo een ronte uit, en zo men fe van een verftrooit, zo 
loopen fe als quikzilver weder by een. Deze diftel is haar fpys , den 20. July 1700 
hebben fy (ich ingefponnen, enis den 24-. September de eerfte Uil daar uitgekomen. 

Beide deze Uilen door het vergrootglas befchouwt , vertoonen haar als Ongari- 
fche Beeren vellen , zo fchoon als zy zyn , wanneer men haar zonder vergroot- 
glas ziet, zo' raar van ruigten en leelykheid zyn zy, wanneer zy daar door bezien 
worden , hebbende hairen als de gerfte airen. Ik heb ondervonden dat alle Uilen 
met hair , alle Capellen met vederen , en alle doorzigt ige of glazige Capellen met 
fchulpen bedekt zyn. 

T>it gewafch is de Juripeba van Tijd y en Cheru- i by den andere gevoegt , onder de naam van Solanüm 



chunda ïn het tweede ¥)eel van de Hortus Maie- 
baricus befchreeven en afgebeeld ; deszelfs byzon- 
dere benaamingen worden ïn myn Flora Malabarica 



indicum bpinofum , fruftu minimö miniato , gla- 
bro. Raji. 



DE VIL AFBEELDING. 

Ier vertoon ik de Amerikaanfche Kerfchen , die aan de fmaak onzer Europifche 
Kerfchen niet by komen, zy hebben witte en roode bloeifels. De boomen 
worden ook niet grooter als de kerfche boomen in Holland of Duitfchland 5 appa- 
rent zoude deze vrucht volmaakter te cultiveeren zyn , wanneer het land door een 
meer arbeidzaam en minder baatzoekend Volk bewoond wierd. 

Van deze geele Rupfe heb ik maar twee gevonden , waar van den eenen my nog 
geftorven , den andere my op den 20. April in een groen Poppetje verandert is , 
waar uit den 26. Mai een zo ichoone groote Cappelle te voorfenyn kwam. 




^jp. Jódyber. Jh<g>. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 7 

D E VIII. AFBEELDING. 

DEn Indiaanfthe fasmynboom , aïzoo in America genaamt , wafl: töt een grooteii 
boom, draagt fware en dikke bloemen, die een zeer heerlyken reuk van zig 
geevenj de bladeren zyn ook dik en fappig groen, als men een tak afbreekt , zo 
vloeit een melkagtig zap daar uit, zy laaten iich ligt vermeerderen , als men maar 
een rank afbreekt, en legt hem in de aarde eer hem de melk afloopt b zo vvafl: hyin 
weinig maanden tot een grooten boorn. 

Deze gekroonde Rups eet het loof dezer Jasmynboomen , den 20. September heeft 
fy fig in een Poppetje verandert, waar uit den 11. Oétober een zoo fchoon gewolkt 
Cappelletjen te voorfchyri kwam , met zes witte vlakken op elke vleugel van buiten, 
en zyn van binnen daarenboven root en fwart. Dit beesjen door het vergrootglas 
befchouwt, vertoont zig wonderlyk fchoon, wel waardig dat het naauwkeurig be- 
zien word 3 alzo zyn fchoonheid met geen penne te befchryven is. 

'Dceze boom r jvord befchreeven bj Hernandes in 1 Hof, in het vier-en-twintigjie Hooftdeel, met de 
zyn Hiftorïa Mexkana op het 33. Heoftdeel onder \ naam van Apocynum Americanum lrutefcens lon- 
den naam van Quauhtlepatli ofte arbor ignca , als | giffimo folio, flore albo oderato. 
ook in het tweede gedeelte van den Amjterdamfche \ 



DE IX. AFBEELDING. 

DEn Granaat Boom met zyn Vrucht en bloem waft in Suriname heel geerne , doch 
word van de Inwoonders weinig geculti veert , en dewyl zy in Europa genoeg- 
faam bekent zyn , zal ik my met die te befchryven niet ophouden. 

Deze geele Rups heb ik tot Surinaame met Granaatbladeren gefpyft, den 22. A- 
pril heeft zy iich vafl: gemaakt en is tot een graauw Poppetje geworden, uit welk den 
8. Mai deze wonder fchoone Capelle quam , zynde blaauvv en filver met een bruinen 
rand omvat , ondermengt met witte halve maantjes , op de verkeerde zyde bruin met 
geele oogjes , in het vliegen zyn ze zeer fnel. 

Deze blaauwe Capelle vertoont fich door het vergrootglas als blaauwe pannen , 
zynde van gelyke gedaante als de pannen op de daken , leggende zeer ordentlyk en 
regulier, zynde breede vederen als de vederen der Paauwen, van wohderlyke glants, 
wel waardig om na te zien, alzo die niet te befchryven is. 



8 VERANDERING DER SU RINAAMSCHE INSECTEN. 

DE X. AFBEELDING. 

|En Surinaamfe CattoenHoom fchiet zeer fchielyk op,, in fes maanden uk het zaad 
zoo groot als in deze landen de Quee-peer-boomen , de groene bladen leggen 
de Indianen op verffe wonden om te verkoelen en te genezen , fy draagen twederlei 
bloemen , te weten roodachtige en (wavel geele : de roodachtige brengen geen 
vrucht, de geele brengen de Cattoen voort , als deze bloem afvalt , zoo waft een 
knop op defïelfs plaatie, als die ryp is, zoo word fy bruin en barft open, daar fich 
dan de witte Cattoen vertoont , betlaande in drie deelen 5 in elk deel is een fwart 
zaadje, aan welke de Cattoen vaft is. De Cattoen word van de Indianen gefpon- 
nen , daar maken fy haare hangmatten van om daar in te (kapen. 

Twederlei Rupfen heb ik op deze boomen gevonden. De onderfte, die fwart is, 
heb ik tot den 20. Maart met deze groene bladeren gefpyft , wanneer die tot een 
Poppetje geworden is, uit het welke den 28. April 1701. een Cattoen verwige Uil 
te voorfchyn quam. 

De bovenfte witachtige eet insgelyken het Cattoen loof , den 9* Juni is fy by my 
verandert en tot een Poppetje geworden , den 24, Juni quam een Cappelletjen daar 
uit, met filvere en bruine vlakjes vercierd. 

Het witte Uilken vertoond fich in het vergrootglas als of het van witte en graau- 
we vederen of pluimen , meer na hair als na vederen gelykende, was gemaakt 5 zyn 
hoorntjes gelyken twee bonte flangetjes , wit en fwart. 

Het kleine Cappelletjen is op de rug vol vederen, op de onderfte zyde zyn bult- 
jes van de fchoonfte koleuren der wereld, zynde verheve veder boffen, die rood, 
blaauw , purpur , gout en filverachtig van verwe zyn , als of het Paauw- vederen 
waren. De takjes aan de fteert zyn fchoone veder bosjes , de hoorntjes zyn als 
fwarte flangetjes. 

T>at de Cattoen Boomen tweeder lei bloemen heb- boom te vinden, met dat onder fcheid, als dat na de 



heeft eerfi de Heer Hermans 'm zyn Hortus 
Academicus , met die als twee by zondere foor ten voor 
te fielten, aangeweefen, het geen ook de Heer Tour- 
nefort in zyn Infiitutiones rei herbaria heeft nage- 
volgt , maar uit de befchryvinge hier van de Auteur, 
zoo zyn deefe tweederlei bloemen oj> een en de zelve 



roodachtige bloemen geen zaadhuifen, maar die na de 
geele bloemen alleenig komen te volgen , en werd de 
eerfi e foor te met de naam van Xylon arboreum J. B. 
en de tweede Xylon arboreum flore flavo by Tourne- 
fort voor ge fielt, alwaar defielfs bynaamen te vinden 
zyn. 




-JP. Mut/KT 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 9 

DE XL AFBEELDING. 

TT\It is een Tak van een Surinaamfen boom, gcnaamt Pallifaden "Boom , welke boom 
■J— ' gefpleten en tot fparren gemaakt word , van welke fparren, met behulp van vier 
balken, die in vier hoeken in de aarde gefet worden, men in America de huif en of 
hutten maakt. Deze boom draagt een geele bloem dik en fwaan als de bloem af- 
gevallen is, dan ryft den tak opwaarts , wordende het zaadhuis als een ftalbeefem , 
de Inwoonders bedienen lig ook daar af in plaats van beefems , fy zyn vol zaad, 
welk zaad het gierft zaad in gedaante en groote gelyk is. 

Op dezen boom komen jaarlyks driemaal deze foort van Rupfen, zynde geel met 
fwarte ftreepen , en fes fwarte fteekels verciert 5 als fy een derde van haar groote 
bebben , zoo vervellen fy , en worden als dan oranjen geel met fwarte ronde vlak- 
ken op elk lid, en fes fleekels als boven , eenige dagen daar na trekt fy wederom 
haar vel uit, en komt zonder deeze fteekels te voorfchyn , den 14.. April 1700. is 
fy my verandert en tot een Poppetjen geworden , den 12. Juni quamen de neven- 
ftaande Uilkens daar uit te voorfchyn. Het onderfte en kleinfte is het Manneken 9 
het grootfte en bovenfte is het Wyfken. 



D E XIL AFBEELDING. 

BAnana noemt men deze vrucht in America , fy verftrekt voor appels en is aan- 
genaam van fmaak als in Holland de appels zyn ; fy zyn goed gekookt en on- 
gekookt, als fy nog onryp zyn, zyn fy ligt groen, de rype zyn citroen geel van 
binnen en van buiten , fy hebben een dikke fchelle als de Citroenen , f y hangen 
tros wyze, eiken boom draagt maar een tros , eiken tros heeft 9 a 10 ringen, en 
yder ring 12. a 14. vruchten , alle opwaarts geftrekt. De bloeifel is als een zeer 
fchoone bloem, van vyf bloed roode bladen , zoo dik als leder, op de verkeerde 
zyde met een blaauwe dauw bezet. De bloeifel is te gelyk met de vrucht, de tros 
is zoo groot als een man dragen kan , den boom is voos als kool , den ftam beftaat 
uit veel dekfels, in fes maanden groei jen de uitfpruitfels tot 13. voeten hoog, zoo 
dik na proportie , als een dikken M aftboom : de bladen zyn meer als zeven voeten 
lang, en een en een halven voet breed, lieflyk groen , men legt dezelven onder 
het brood om 't daar mede in de backoven te fchuiven. 

Op deze boom vond ik deze ligt groene Rupfe , met welkers bladen ik haar ge- 
fpyft heb tot den 21. April, wanneer fy haare huid afgefchoven , tot een Poppetje 
geworden, en den 10. Mai in zoodanige fchoone Uilke verandert is. 



1)it gewas is de Mufa Serapionis , en heeft zoo 
veel by zonder e benamingen gekregen ■> als van Ante u- 
ren is bejchreven , alle deeze naamen by den anderen 
gevoegt , worden in myn Flora Malebarica , onder 



den naam van Ficoides feu Ficus Indica , longiili- 
mo latiffimoque folio, fruéiulongiffimo, Mufa Se- 
rapionis di&a Herm. Cat. voorgejielt. 



io VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XIII. AFBEELDING. 

VErtoont een tak van de Amerikaanfche Tmimboom. Dezen boom walt zoo hoog 
als een Okernootenboom in Holland, zyn dikte is na proportie, zyn blad en 
bloeifel is zeer gelyk aan die der Vlierboomen , behalven dat de bloeifel zonder 
reuk is , de vrucht hangt tros wyze by malkander , maar is wilt en ongeëndt , 
alzoo de Europianen in dat gewed niets dan het Suikerriet cultiveren , deze vrucht 
is te zamentrekkende, en fweet dryvende, en is het fweet, dat daar door werd ver- 
oorfaakt, zoo geel als de vrucht zelfs. Den fteen in deze Pruimen is ruim half zoo 
groot als de Pruime zelfs , het vleefch der Pruime is heel dradigh. 

De groene en fteekelige Rupfen, die op de bloeifel kruipen, eeten die met een 
groote graaghte , en wanneer haar dat ontbreekt , zoo eeten fy het groenen lof van 
de boom ; fy zyn van natuur traag, en doen niet als eeten den geheelen dag door; 
den 5. April waaren fy ftil en maakten haar vaft, den 7- zyn fy in Poppetjes veran- 
dert , uit welke den 20. der zelve maand zoodanige blaeuwe Capelletjes voort- 
kwaamen. 



D E XIV. AFBEELDING. 

DEzen tak is van een grooten boom , die naar zyn vrucht Zumfak in Weftin- 
dien genaamt werd , "He groene bladen zyn f choonder groen , als de Citroene 
bladen, de bloeifel is geelachtig groen, zynde des zelfs bladen dik, de vrucht ge- 
lykt wel de Meloenen, Afmaakt zuurachtigh als de wyn druiven, fy heeft een harde 
fchelles het vleefch is wit , week , en zeer aangenaam van f maak, men kanfe ge- 
kookt en ongekookt nuttigen, die men kooken wil laat men niet ryp werden, men 
kookt haar met een weinigh water enfuiker, zoo is het een goet eeten, in de Bar- 
bados word ook wyn uit deze vrucht geparft. 

Deze groote groene Rups heeft de groene bladen van deze boom tot harefpyfe 
gebruikt. Den 22. Ju ny heeft fy fich ftü neer gelegt , is vervelt, en tot een bruin 
j'oppeke geworden , den 23. Augufti is daar uit een bruine Uil, of Onruft voortge- 
komen. 

De kleine geele Rupfe die op het takjen te zamen gerolt legt, eet insgelyken deze 
bladen, den 3. December heeft hét een houtverwigh gefpinft gemaakt, waar uit den 
24. January een wit Uilken gekomen is , gelyk op het groene blad vertoond word. 

Een kleine zoor t van Zuumkke werd afgebeelt , | van Holland met de naam van Anona zyn bekent, 
en o^ de derde plaat vertoond , dat Jy in de hove | heb ik reeds op bet derde blad gezegt* 




~D. ófeD0peadaa& ó cucp ■ 




J^U^^if- 






VERANDERING DER SURINAAMSCÖE INSECTEN. n 
D E XV. A F B E E L D I N G. 

1 ■ 

DEze Watet Meloenen waiTen langs de aarde, gelyk in fëölland de cömcömrrie- 
ren , fy hebben een harde fchelle die allenskens na binnen toe hare hardigheic 
verheft , het vleefch is blinkende , in de mond fmelt het als fuiker, is gezond eri 
aangenaam vanfmaak, en is de verquikkinge der zieken. De bloeifel is klein en on- 
aanzienlyk, geel van coleur, het zaat is rood, en als het over ryp is word het f wart. 
Deze vierkante Rups houd fig op de Meloenen bladen , het voorfte en achterila. 
deel des lighaams is blaauw , en het middelde is groen > fy heeft een klevende huid 
over de voeten als een flakj den 5. July is fy ingefponnen^ ik verwachte wat zelt- 
zaams uit deze rare Rups , maar wierd in myne hoope 3 wanneer ik den 10. Augu- 
fti 1700. zulk onaanzienlyk Uilken daar uit kreeg , bedrogen. Dit is myri meer ge- 
beurt dat de fchoonfte en raarfte Rupfen in de flechtfte beesjes , en de flechtfte Rüp- 
fen in de fchoonfte Uilen en Capellen veranderen. 

Deze Watermeloen is de Anguria Citrullus difta i femine nigro > quibufdam Anguria J. B. 
B. Pin. en de Citrullus folio Golocynthidis fecl:o | 

DE XVI. AFBEELDING.. 

DEzen boom word in America Cafchou Boom , en zyne vrucht Cafchou Appels genaarnt, 
men heeft twederlei zoorten , den eenen heeft witte bloeifels en brengt geele 
appels , den anderen heeft roode bloeifels en brengt roode appels , maar het groene 
loof is eenderlei. De appels zyn f uurachtig van fmaak , te zamen trekkende, zyn 
dog goed om te kooken,aan zommige plaatfen van America perft men wyn daar uit, 
die zoo fterk is , dat de gene die de zelve onmatig drinken , dronken daar van wer- 
den. Aan de appels zit een krom gewas als een nier , dat eigentlyk de Cafchou 
is , als aan twee vruchten met de Cafchou tegen de boom aan leggende te zien is. 
Dit gewas is zeer fcharp , het zap daar van vreed huit en vleefch weg , zo dat men 
fontanellen daar mede zetten kan, maar als dit gewas gebraden is, zoo is het goed 
tegens den loop , verdryft ook de Wormen, en fmaakt als een caftanje, de bladen 
wallen kroons-wyze om den boom , gelyk aan deze tak te zien is. 

Ik vond Anno 1701. twederlei zoort van Rupfen op dezen boom, waar van de 
een zoo wit als f neeuw , en zeer hairig was , als op het blat lek , deze heb ik met dit 
loof [gevoed tot den 3. Maart, wanneer hy tot een bruin Poppeke geworden is, waar 
uit den 18. Maart een doorilchtige Capelle quam , als deze vliegende verbeelt. 

De bovenfte roode Rupfe was zeer ras in \ loopen, fig zoekende een plaats om 
in te fpinnen, gelyk, het dan den 5. April begon, waar uit den 20. dito een hout- 
verwige Uil quam. 

<Deze boom is de Anacardium Occidentale ca- | Kapa-mava , en Katjavomaram , deszelfs verfcheide 
jous diftum, officulo reni leproris figura Herm. \ andere benaamingen werden in fpyn Flora Malabarka 
Cat. en werd omftandig befchreeven in het derde l by den anderen gevoegt. 
deel van de Hortus Malabarkus , met de naam van » 



i2 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XVIL AFBEELDING. 

LImmetjens zyn de gemcenfte vruchten in Surinamen ,fy worden by alle fpyfen ge- 
nuttigt, het is een foort van kleine Citroenen enwaüen in het wild, de boomen 
worden zoo hoog als fchoonc appelboomen , het loof is half zoo groot als de ge- 
meene Citroenen, haar bloeifel is ook na proportie kleinder , uit het bloeifel word 
koftelyken oly gemaakt ., de kleine onrype Limmetjes worden in fuiker ingemaakt tot 
confyt , uit. de fchellen perft men ook oly , de boomen hangen het geheele jaar vol 
bloeifel, rype en onrype vruchten , gelyk in Duitsland de Jeneverboomen, gelyk 
ook alle andere boomen in Surinamen , alfoo het daar nimmer winter is. 

Deze bruine en wit geplekte Rupfen vind men veel op deeze boomen, fy hangen 
aan de boomen met hoopen, fy kieeven aan malkander als flakken, als men fe aan- 
raakt fteeken iy geele hoornen uit het hooft , apparent om fig te verweeren , of haa- 
re vyanden te befchadigen , met Limmetjes bladen heb ik haar geipyfl: tot den 24.. 
Maart 1700. wanneer fy tot bruine Poppetjes geworden zyn, gelyk een op denfteel 
legt , waar uit den 2. April 1700. zodanige Capellen te voorichyn kwamen, als 
alhier een fittend en vliegend vertoond word, zynde fwart met roode en witte vlak- 
ken vercierd. 

Diergelyke kleine witte beesjes , als op het blad kruipen , zyn zeer veel aan de 
Limmetjes boomen , van den 20. tot den 24.. April veranderen fy , iommige tot 
witte, andere tot bruine Torretjes. 




r^PRt- 



J> i&jkx ScuZp. 




,:; ^iuykt &uty. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 13 
DE XVIII. AFBEELDING. 

OP dit 13. blad ftelle ik voor Spinnen , Mieren en Colobritgens op een Guajaves 
tak , om dat ik de grootfte Spinnen ordinaar aan de Guajaves boomen gevon- 
den heb. In het volgende i+. blad zal ik nog eens een Guajaves vertoonen met 
zyne Infe&en, daarom zal ik ditmaal niets daar af zeggen , maar tot de Spinnen 
overgaan. 

Diergelyke groote fwarte Spinnen heb ik veel gevonden op de Guajaves boomen, 
fy woonen in een zodanig rond neft , als op het volgende blad het gefpin van de 
Rups verbeeld , f y maaken geen lange draden , gelyk ons fommige reifigers hebben 
willen wys maaken 3 fy zyn rondom vol hair , hehben fcherpe tanden., waar mede 
fy gevaarlyk byten konnen , latende te gelyk vogt in de wonden gaan , haar ordi- 
naire fpyze zyn de Mieren, die haar niet ontgaan als fy den boom oploopen , door 
dien deze Spinnen (gelyk alle andere) acht oogen hebben , met twee zien fy opwaarts, 
met twee nederwaarts , met twee ter rechter en met twee ter linker zyde ; zy haaien 
ook by gebrek van Mieren de kleine vogels van de neften , en fuigen haar alle het 
bloed uit het lyf , fy vervellen van tyd tot tyd als deRupfen , maar heb haar nooit 
vliegende gevonden : een klynder foort van Spinnen , als hier in een fpinnewebbe 
vertoont word, draagen haare eijers in een koek onder het lyf, daar fy dieuitbroei- 
jen, deze hebben ook acht oogen, maar fy ftaan veel verftrooider aan het hooft, 
als die der groote n. 

In America zyn zeer groote Mieren , die heele boomen kaal als befems maken 
konnen in eene nacht, fy hebben twee kromme tanden, die als fcheeren over mal- 
kander heenen gaan , met deze fneiden fy de bladeren van de boomen, en laaten 
die afvallen , dat de boom van aaniien word als in Europa de boomen des winters , 
dan zyn der duizenden van onder en draagen die in haare neften , niet voor haar zelfs 
maar voor haare jongen die nog wormen zyn , want de vliegende Mieren leggen zaad 
gelyk de M uggen , daar uit komen Wormen of Maden , deze Maden zyn twederJei, 
fommige fpinnen iig in , andere en de meefte worden tot Poppetjes , deze Poppetjes 
noemen de onkundige Mieren eijeren,maar de Mieren eijeren zyn veel kleinder , met 
deze Poppetjes voed men tot Surinamen de hoenders ,en is beter voor haar als haver 
of garfte. Uit deze Poppetjes komen Mieren , deze Mieren vervellen en krygen 
vleugels , en deze leggen daar na het zaad , uit het welke die Wormen komen , die 
met zulke onbefchryflyke neerftigheid van de Mieren verzorgt worden, want in die 
warme landen behoeven de M ieren voor de winter niet te zorgen , wyl die daar nimmer 
komt. Sy maken kelders in de aarde ruim acht voet hoog , en zoo wel geformeert als 
of het van menfehen handen zo gemaakt was ; als fy elders willen na toe gaan, waar 
geen weg is om te komen , zo maaken zy een brug, namentlyk de eerfte zet lig en 
byt in een hout, de ander zet fig achter de eerfte en maakt fig aandezelvevaft,alzo 
de derde aandetwedc, en de vierde aan de derde en zo voort , en laten zy fig dry- 
ven van de wint, tot dat fyaande andere zyde geflingert worden , dan loopen alle de 
duizenden daar over als over een brug ü deze Mieren hebben een altoos duurende 
vyandfehap met de Spinnen en alle Infecten des lands ; fy komen alle jaar eenmaal 
uit haare kelders met een ontelbare menigte , komen in de huifen , en loopen van de 
eene kamer in de andere , en zuigen alle beeften uit groot en klein , in een oogen- 
blik hebben fy een zodanigen groote Spinne verteert, want daar komt een zodanige 
groote menigte over haar , datfy fig niet redden konnen , ook loopen fy van de eene 
kamer in de ander , dat fig ook de menfehen retireeren moeten , en als het geheele huis 
gereinigt is , gaan fy in het naafte , en zo eindelyk weder in haar kelder. De Colobrit- 
ges vangen de Spinnen op haar neft als gezegt is , deze zyn het voedfel der Priefters 
tot Surinaame 3 die niets anders eeten mogen als zulke vogeltjes, (zo als men my 
gezegt heeft) zy leggen 4. eijers als andere vogels , en broeijen die uit, vliegen zeer 
fnel, fy zuigen den honig uit de bloemen met uitgebreide vleugels , ftaande (til als 
zonder beweginge in de lucht, zy zyn van veelderhande wonderichoone coleurcn, 
fchoonder als de Paauwen. * 



ï4 VERANDERING DER SURINA AMSCHE INSECTEN. 

DE XIX. AFBEELDING. 

VErtoont een Guaiaves tak , na de vrucht van de Indianen Guaiavés genaamt , den 
boom waft zoo hoog als een appelboom in Duitsland , de bladen als de prui- 
me bladen, de bloeifel is wit met veel kleine geele vezeltjes, de vrucht heeft een 
dunne .geele fchille , het vleefeh is roodachtig en aangenaam om te eeten , zoo wel 
raauvv uit de hand als gekookt , fy zyn van binnen vol kleine zaadjes in een roodc 
vogtigheid leggende, die ook raauw gegeten goed is 3 maar als men diekooken wil, 
zoo doet men met een lepel alle deeze zaaden en vogt daar uit. Men maakt Taar- 
ten en Conferven daar van, fy waffen zeer gemakkelyk, alzo fy natuurlyk aan het 
land zyn , en veel dezer boomen in het wild of bofchagie gevonden worden. 

Deezer groote Rupfen heb ik veel op de voornoemde boom gevonden , en met 
deszelfs bladen gefpyft, fy zyn wit met fwarte ftreepen , hebben op elke zyde 50. 
blinkende roode koraalkens , den Heer Leeuwenhoek oordeelt dat het oogen zyn, 
miffive 146. pag. 430. a 452. Ik heb tot dato dezes niet konnen afnemen dat het 
oogen zyn , mynes oordeels moftenf e als dan van achteren en ter zyden haare fpys 
ontdekken konnen, het welke tot nog toe niet ondervonden heb, altoos (y hebben 
geen oogvlies over dezelve. Als fy volwaffen zyn, maken fy een groot graauw ge- 
fpinft, aan den boom hangende, dan veranderen fy in Poppetjes, gelyk myAnno 
1699. den 20. Oótober gefchied is , waar uit den 22. Januari zodanige witte met 
fwarte ftreepen vercier de Uilen kwamen. Uit zommige Rupfen kwamen witte maa- 
den, welke na tien dagen in fchoone vliegen veranderden. 

De bovenfte groene Rups heb ik met deze bladen gefpyft tot den 2. Augufti 1700 
wanneer het in een Poppet jen veranderde als aan het blad hangt, uit het welke den 
15. itf. en 17. zulke doorfichtige f wart gevlakte Capelletjes kwamen. 



T)e twee takken op dit en het voorgaande blad afge- 
beelti zyn takken van de Guajava- alba-dulcis , in 
het drie en feftigfte Hooftdeel van de Amfterdamfe 
Hof befchreeven , van welke twee zoorten in den Am- 
fier damfche Hofgequeekt worden, die daar meer dan 
eenmaal bloem en vrucht gegeven hebben : de ver- 



fcheidene benaamingen, waar mede verfiheidene Au- 
teur en defe boom hebben voor ge fielt ofte befchreven , 
zyn allé te vinden in myn Flora Malabarica , onder 
de naam van Guajava alba dulcis , fruftu longiore 
Herm.Catal. 




u* d< v* 




f*&J%*&faè£&fe* 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 15 
DE XX. AFBEELDING. 

ANno 1700, in April was ik tot Surinaame op de Plantagie van den Jufvrouw 
Soomelsdyk, genaamt Providentia, alwaar ik verfcheide obfervatien van In- 
feften deed, in het wandelen vond ik een menigte Gummi Gutu Boomen in het wild 
{taan, waar van ik alhier een tak voorftelle > hy waft byna als deBerkkenboomenin 
Europa, van buiten met een witte geftreepte fchelle om den baft, als men den baft 
open fnyd druipt de Gummi daar uit 5 de Gummi is niet nodig te befchry ven , en is 
alleen die met verwen omgaan bekend. 

Op dezen boom vond ik defe groote Rups van groene en fwarte flreepen , met 
defe Gummi Guttae bladen heb ik ie gefpyft tot aan het einde van April, wanneer 
fy een groot houtverwig gefpinft gemaakt hebben 3 en in dezelve tot Poppetjes ge- 
worden zyn, uit dewelke den 3. Juni fchoone Cappellen voort kwamen , als hier 
vliegende en fittende vertoond worden. Eer de Rups verandert was , is het groene 
in rood veranderd, te weten eer fy een Poppetjen wierd, na dat fy haar volle groot- 
heid gad. 



Verfcheide zyn de boomen waar uit de Gut ta Gam- 
ba vloeid, fy vloeiduit de Carcapuli Acoftae, uit de 
CarcapuliLinfchotani,(«2<tf welke eerjie ^eCoddam- 
Pulli, in het eerjie deel van de Hortus Malabaricus 
befchreeven, over een komt, en de zelve is) uit deze 
die hier werd afgebeeld, en ook uit de efulae indicse 



affinis plailta , waar van in het zesde boek en hel 
zeven-en-vyftigfle hooft deel Bontius fchry ft , dat de 
Gutta Gamba uit ae Coddam-Pulli in de Hortus Ma- 
labaricus befchreeven voortkomt , meend S. a TDaale 
in zyn Tharmacohgia op het 484. blad, 



16 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XXL AFBEELDING. 

F ze gecle vrucht word in America Marqu'uas genoemt, de bloem die voor de- 
ze vrucht gaat is een Paffie bloem, maar veel grootcr als die in Europa. De 
bloem geeft een zeer lieflyken reuk van fig, die men van verre rieken kan ; het gewas 
loopt op als een Winde , en is zeer bekwaam om prieclen in de hoven te laten bewalTen, 
hoewel de Hollanders in Suriname daar geen groot gebruik van maken, in twee jaren 
is een prieel heel dicht daar mede bewaffen , daar fig allerlei vliegende gediertens 
ophouden van wegen den reuk der bloemen, de vrucht befluitinfig fwartzaad, met 
een witte lymigheid omzet, het welke verkoelend om te eeten is. 

De eerfte Rups die op het groote blad zit, nuttigt dezelve tot zyne fpyfe, den 
28. Mai 1701. omfpon het fig en wierd tot een Poppeke, dat nevens de Kups legt, 
waar uit den 7. Juni een Cappelletjen kwam, als hier vliegende vertoond word. 

De tweede op de fteel leggende groene Rups heb ik den kaften Mai op de voor- 
noemde bloemen gevonden, dezelve eetende en fittende in een zeer zeltzame woo- 
ninge, te famen gezet uit veele kleine pypjes op holle houtjes; deze Rups liep in 
dit huisjen gints en weer, dan uit een, dan weder uit een ander pypje uitkykende, 
als boven op de knop te zien is. Den 10. Juni kwam daar uiteen bruin en met roode 
vlakken vercierd beesje, gelyk hier op den fteel zit. 

Het derde Rupsken, gelyk een op de vrucht zit , nuttigt ook deze bladen; is my 
den 4. Juni ingelponnen , zo als een op de fteel legt , en den 14. kwam daar een zul- 
ke fchoone bonte vlieg uit met gefpleete voeten , gelyk een onder aan den fteel zit, 
deze voeten zyn zeer teeder en vallen af als men ze maar het minfte aaanraakt. 



'Dis gewas is de Murucuia Guacu van Marggra- 
vius , en Murucuia quarta van Pifo , als ook de Cle- 
matis indica frucTu citri formi, foliis oblongis 
Plum. 64. Tab. 80. dit gewas werd ook vanTourne- 
fort in zyn infitutiones rei Herhar ia genaamt, 
Granadilla fruftu citriformi, foliis oblongis, en van 
Hermannus in Catalogo horti Academici Cucumis 
Flos paffionis diftus Guajavae folio major. 'De Heer 
Hermans hebbende dit gewas gebracht in zyn Cata- 
logus horti Academici by de andere zoorten van ge- 



wajjen, die gemcenelyk wegens het formaat van haar 
bloem Paffie bloemen werden genaamt , heeft dit 
zelve gewas echter in den Taradifi Batavi prodro- 
mus, onder de zoor ten van Climmen {waar mede 
het geen de minfte gemeenfehap heeft , ten regarde 
van bloem en zaadhuis) geplaafï , als of een groote 
mijflag in de Catalogus van te voor en had begaan , 
het geen de zelve Heer echter heeft verbetert, oJ> het 
177. blad van de Taradifus Batavus zelfs. 



VERANDERING DER SURlNAAMSGHE INSECTEN. 17 
D E XXII. AFBEELDING. 

DEze roode Luien vvaflen op een witte bol in het wild , haare eigenfchap is niet 
bekent , haare groene bladen hebben een luifter als de zyde. Ik heb van de 
bollen eenige mede gebracht, die hebben in de Hoven van Holland eerft haar bloe- 
men en daar na haar bladen voortgebracht. 

Deze op het groene blad leggende hairige Rups heeft een röode kop en fööde 
voeten, het lyf heeft blaauwe vlakken metgeele ringen omzet, dehairen zyn fwart 
en hard als eizerdraat, fy neemen de groene bladen tot haare fpyfe > den +. Juni 
heeft fy een ovaal gefpinft gemaakt , en is daar in tot een bruin Pöppéke geworden, 
gelyk een in het midden van de plant legt, waar uit den 30. Juni een fchöon üil- 
ke voortkwam , haar voorfte vleugels waren hout ofte lichte okerverwigh , de ach- 
terfte vleugels zyn oranjen verf met fwarte vlakken, gelyk hier een vliegend ver- 
toond word. 

De kleine roode Rups , met groene en witte ftreepen , heb ik in het gras gevon- 
den tot Surinamen naaft deze Leliën , den 10. Augufti maakte zy een wit gefpinft 
gelyk op het groene blad legt , hier uit is den 24.. Augufti , een geele en fwarte vlie- 
ge, (als hier vertoont word) voortgekomen. 

Deze Rups is heel verfehillende van die No. 9. op deBanana, ende brengt ech- 
ter byna een zoort van Uilen voort. 

'pit gewas is dé Lilio-Narciifus Polyanthös , flo- I difus Batavus befihreevm met de naam van Li-; 
re incarnato , fundo ex Luteo albelcente Sloane I lium Americanum puniceo flore , Bella dona die- 
Cat, Jamaic, en werd van Hermans 'm zyn Tara- I tum. 



is VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 
DE XXilL AFBEELDING. 

DEze ligt geele vrucht noemt men Baccoves , en is een geflacht van "Bannanes , als 
numero 9. vertoond is , welkers ftam eenderlei bladen heeft als dezelve^ en 
dirTereren niet anders als in Europa de appelen en peeren; deze Eaccoves is wel zo 
zacht van vlees als de Bannanas, heeft eenderlei gebruik als dezelve , behalven dat 
men deze vrucht gebruikt om de Azyn haaft zuur te maken, die uit fuiker en wa- 
ter bereid word. 

De bruine Rups , die ik op de bladen van deze boom gevonden heb , heeft vier 
fteekels op den rug, het hooft vertoont fig gekroont, den fleert geipleeten , de voe- 
ten zyn rood. Den 3- December heeft fy fig vafl: gemaakt, en is tot een houtver- 
wig Poppetjen geworden, die twee zilvere vlakken op elke zyde had, uit deze Pop 
kwam den 20. December een fchoone Cappelle voort , op de binnenfte zyde zyn 
de twee bovenfte vleugels licht okerverwig , en de twee andere fchoon blaauw , de 
buitenfte zyde van de geheele Capelle is geel, bruin, wit en f wart geftreept, word 
in Holland den kleinen Atlas genaamt. 

De blaauwe Hagedis met haare eijers vertoon ik voornamentlyk hier by, om het 
blad te vercieren, fy had haar neft in myn huis in de grond gemaakt 9 in het neft 
vier eijeren, wit en rond, zo als op den fteel drie te zien zyn 5 deze heb ik op myn 
reis naar Holland mede fcheep genomen , daar my de jonge HagediiTen op zee uit- 
kwamen, zo klein als op den fteel een te zien is , maar uit gebrek van haar moeder 
en voedfel zyn fy geftorven. 

T)it is een zoorte van den Mufa Serapionis, die I het eerjle 'Deel van den Hortus Malabaricus op het 
op het negende blad werd afgebeeld ', veel en ver-*, twintigfte blad 'opgettlt % en met des zelfs onder fcbeid 
fcheiden zoorten zyn onder het geflacht van den Mufa I befchreeven worden* 
te vinden , die tot zejlien onderfcheiden zoorten in ■ 



i 







£■*#*£*■ c£«f> 



VERANDERING DER SUTÜNAAM5CHE INSECTEN. s 9 
DE XXIV. AFBEELDING. 

I" S een Carduus Spmofus wallende in het wild in Surinaame , draageiide geele blöe- 
-*• men 5 aldaar genaamt Maccaï y waffen byna een Mans hoogte , hebben zeer aan- 
zienlyke bladen , met lichte blaauwachtige aderen doorlopen. 

Kleine Wormen met fwarte hoofden en fvvarte fteerteh , en met oranjen geele 
lichamen heb ik onder dit doornig gewas deffelfs wortel eetende gevonden , die ilg 
allenskens in Torretjens met geele vlakken veranderden, als onder aan de plant een 
vertoond word, deze ondervinding heb ik Anno izoi.in Maart gevonden, en al- 
zo my haare verandering anders voorkwam als die der gemeene Rüpferi , zo nam 
ik voor meerder omftandigheden na te vorfcheih aangaande de verandering der 
Torren. 

Ik vond dan den 26. Maart 1701. noch een andere foort van Wormen in verrot 
hout, deze veranderden allenskens zoo, dat men het zien konde tot Torren , alzo 
dat het onderlyf noch ten deele na den Worm gelykt, zo als een boven vertoont 
word, de tanden van den Worm gröeijeri, zetten haar uit en worden tot hoorntjes 
van de Torren, de vleugels op het lyf zyn in het begin ökerverwig , daar na wor- 
den fy fwart 3 na de mate dat het geheele beeft aangroeit tot zyn perfectie, deze leg- 
gen haare eijers, daar uit wederom zulke Wormen komen als op deze diftel midden 
op de plant legt. 

©/> gewaS is de Papaver fpinofum, vdn Cajpa- . niéuw gejlaeht maakt, in dit gewas voorfielt onder 
rus en Joannes Banhinus, waar van niet zonder re- 1 de naam van Argemone Mexicanai 
den Tournefort in zyn inflitationes rei herbaria een » 



20 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XXV. AFBEELDING. 



|It is de grootfte zoort van Banilk y twee zoorten wallen op Surinaams dan* 
dere zoort is wat klcinder van blad en vrucht , de bladen zyn dik als een vin- 
ger, ruim zo dik als in Europa den Huis-look, deze klimd de boomen op als de 
Klim , en maakt fig heel vafl: aan de zelve , haar fteel en blad is gras groen , de 
groene vrucht is als een boon driehoekig , vol van welriekende olyachtige zaden, fy 
vvaft in 't wild aan de hoogfte boomen , doch liefft aan zulke boomen , die in vog- 
tige en moeraflige plaatzen ftaan , haar gebruik in de Chocolade is bekent , het is 
jammer dat geen curieufe menfchen in dat land zyn, die zulke dingen cultiveren, 
en meer andere opzoeken, die zonder twyfel in dat grootc en vruchtbare land zou- 
de te vinden zyn. 

Deze bruine Rupfen met geele ftreepen heb ik veel op deze planten gevonden, 
(gelyk ook op de Murucuja of Paflïe bloem onder No.16. te zien is ) die fy gege* 
ten nebben tot aan het einde van May, wanneer fy fig vafl: gemaakt en tot Poppetjes 
geworden zyn, daar uit den 7. Juny zodanige fchoone Capellen voortkwamen , wel- 
kers binnenfte zyde zaffraan geel, en hare buitenfte geel, rood, bruin, en met zil- 
vere vlekken verziert was , gelyk alhier zittend en vliegend vertoond word. 

Nog vind fig op deze plant een klein Rupsken als op het onderfte blad te zien is, 
groen van verf, den 12. February 1700. is fy my tot een groen Poppetje gewor- 
den, waar uit des anderen daags een klein graauw Uilke voortkwam, dat zeer ge- 
fwind in 't vliegen was. 



7)is is de Volubilis filiquofa mexicana foliis plan- 
taginis van Rajus , den Flilxochitl, flos niger & 
aracus aromaticus van Hernandes in zyn Hijioria 
mexicana, en is de Vanillaflore viridi &albo, fru- 
ftu nigrefcente van Tlumier, in zyn traBaat no- 



va plantarum Americanarum genera : met noch veel 
andere benamingen werd dit gewas van verfcheide 
Auteur en voorgefteld , die alle te vinden zyn in het 
Almageftum botanicum van Tlukenetfag. 381. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 21 



D E XXVI. AFBEELDING. 



VErtoont een tak van een Cacau hoorn, wiens bladen hard, ftyf, en gras groen 
zyn, de boomen worden zo hoog als een Appel boom, dragen te gelyk bloei- 
fel, rype, en onrype vruchten, de bloeifel is roodachtig, fpruit aan vveerkanten 
uit het hout, de jonge vruchten zyn roodachtig groen, als fe ryp zyn, zo zyn fy 
geel als citroenen, fy hebben dikke fchellen , die tot vettigheit en mefl: des lands 
gebruikt word , de boonen ofte zaden worden in de fchaduwe hard gedroogt , eer men 
die in andere landen verzend 5 deze boomen waffen zeer geern in Surinaame, hoewel 
fy moeijelyk zyn aan te queeken , wyl fy alty t onder een andere boom moeten fchuilcn, 
die haar voor de hitte der Zonne befchermt , alzo fy de groote hitte niet uitftaan 
konnen , daarom plantmen , wanneer deze boomen noch jong zyn , daar nevens een 
Banana ofte Bakoven, om de zelve daar mede voor de hitte te dekken. 

Diergely ke fwarte R upf en met roode ftreepen , als een op de groene bladen vertoond 
word, heb ik veel op de Cacau boomen gevonden, gebruikende het loof tot haare 
fpyfe, fy hebben roode ftreepen met witte puntjes, fy zyn zeer traag en langzaam 
van aard, den 26. Maart zyn fy by my tot Poppetjes geworden , waar uit den 10. 
April witte Uilkens voortkwamen y met fwarte ftreepjens en punt jens verciert. 



*Deze boom is de Cacao Clafii, en <feAmygdalis 
fimilis Guatimalenfis B. Tin. en kan onder geen be- 
kent geflacht van de Oude befihreven gevoegt wer- 
den 1 waarom de Beer Tournefort deze hom ook als 



een be zonder gejlacht in zyn inftitutiottes rei herba- 
riae voorfielt , al waar ook des zelfs bloem en vrucht 
naauwkeurig werd befchreeven en afgebeeld. 



22 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 



E XXVII. AFBEELDING. 



kEze vrucht word den appel van Sodom genaarnt , en word door een gewas voort- 
gebracht dat een en een half of twee ellen hoog, en alom met icharpe .doornen 
bezet is , des zelfs bladen niet uitgezondert , als of de natuur een teken van waar- 
fchouwinge daar aan gezet had, anders zyn de bladen zacht om aan te raaken, de 
vruchte of appels zyn daar geel , én als men fe hier plant rood , heel vergiftig , zo- 
danig dat menfchen en vee zo fe daar van eeten fter ven moeten , van binnen is de 
vrucht vol zaden, die roodachtig en bruin van verve zyn. 

Deze bruine Rups met roode ftrepen , als boven op het groene blad zit, heb ik. 
op deze plant gevonden, Anno 1700. den 24.. .September is fy tot een bruin Pop- 
petje geworden, gelyk als een boven op het blad legt, waaruitdeni2.0ótober een 
geelachtige Uil kwam met bruine vlakken vercierd > gelyk als een op het blad zit. 

De Worm die op de fteel kruipt is oranje verwig, die my door een fwarte Slavinne 
gebracht wierd, my berichtende, dat daar uit fchoone Sprinkhanen voortkwamen, 
deze heeft fïg in een bruine blaas verandert , daar een zodanig groen beeft (na het 
eenparig getuigenis der Inwoonders) uit zoude voortkomen , dat allenskens vleugels 
krygt, gelyk den vliegende Sprinkhaan heeft, deze ondervindinge heb iknietkon- 
nen waarnemen , dewyl het ronde Poppetje geftorven is , maar alzo my andere 
verfekerden daar van de bewyfen door haar ondervinding te hebben , zo heb ik die 
ook hier met ftilfwygen niet willen voorbygaan , gevende aanleidinge aan andere 
liefhebbers om daar de zeekerheid van op te zoeken. 



SD/V gewas werd van Tournefort in zyn inftitu- 
tiones rei her bar ia op hef 149. blad genaarnt folanum 
americanum molle , foliorum nervis & aculeis fla- 
vefcentibus, fruétu mammofo , en -van Tlukenet in 
zyn phitographia Tabula CCXXVl. fgura prima af- 
gebeeld , en met de naam van Solanum Barbadenfe 
ïpinofum foliis viliofis , fruduaureo, rotundiore, 



pyri parvi inverfi forum & magnitudine voorgemeld, 
fchoon de bladen van Tlukenet ruigachtiger werden 
afgebeeld, dan deze, zo is het echter een en de zel- 
ve gewas. Sloane heeft dit gewas in zyn Catalogus 
plant arum infula Jamaica genaarnt , Solanum pomi- 
ferum tomentofum fruélu pyriformi inverfo. 




r^S£;ZL,- Q&4. 







. r ' ■J'CZLr J, 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 2j 

DE XXVIII. AFBEELDING. 

~%Eze fchoone allergrootfte Citroenen waffen op Surinaame in het wilde, de böö- 
-«— ' men zyn zo groot als de grootfte appelboomen in Europa, de bladen en bloei- 
fels zyn de gemeene Citroenen in alles gelyk , behalven datfe grooter en dikker zyn 
na proportie der vruchten , welke vrucht van binnen weinig marg , maar een zeer 
dikke fchelle heeft , rijp zynde zyn fy zo geel als gemeene Citroenen , fy worden 
geconfyt , in Holland worden die in de koeken gebakken en zukkade genaamt , in 
Duitsland noemt men die Citrönaat. 

Op deze boom heb ik een vreemde en gans ongemeené foort van beesjes gevon- 
den, die geen gelijkheit aan de Rupfen hadden, fy aten deze bladen, kleefden aan 
dezelve als Slakken , hebbende een vel over haar voeten daar fy fig mede aan de 
bladen vafthechten , fy zyn venijnig h waar door ook de leden verftij ven en ontfteeken, 
die daar door aangeraakt worden , den 1 1. Juny 1701. hebben fy haare huid afgeworpen 
en een gefpinft gemaakt * als op het blad alles te zien is è én is uit een van haar den 27. 
juny 1701. (na dat ik al op het fchip was om na Holland tekoomen)een zulk curieus 
Uilke gekoomen, gelyk op het zelve blad te zien- is. 

De fchoone fwarte met roode en geele vlakken vercierdbj en op de vrucht zit^ 
tende Torre , heb ik om zyn rariteit halven hier by gezet, om de prent te vervullen 
en te vercieren, hoewel ik zyn oorfpronk niet weet^ welkers onderzoeking voor 
andere overlaten zal. 

De Citroenen die hier befchreeven werden , zyn \de plaat afgebeeld, waarom geoor deelt hebbe daat 
overvloedig in Holland 'bekent ■, zoo ook de Limmet- I van niets veel by te voegen, 
jes op de zeventiende , en Granaat Boom op de elf- l 

DE XXIX. AFBEELDING. 

TTSEze grööte eri heerlyke vrucht, word Tómpelmoes in Surinaame genaamt, de 
■*-*' boomen waffen zö hoog als appelboomen, hangen zeer vol vruchten, dat de 
ranken gevaar loopen te breeken wegens de fwaarte dezer vruchten , deze vrucht is 
minder van zoetigheid als een Oranjen-appel , en niet zo zuur als de Citroenen, de 
fchelle en het vlees is harder als in een van deze beide , en derhalven zyn fy aange- 
namer van fmaak als dezelve. 

Hier op onthouden figh groene Rupfen, met blaauwe hoofden, welkers lichaam 
vol lange hairen zit, die zo hard als eizerdraat zyn, decze eeten de groene bladen 
tot haare fpyfe , den derden Augufti hebben fy fig beginnen vaft te maken , zyn 
tot bruine gevlakte Poppetjes geworden , uit dewelke den 19. zulke fchoone Cap- 
pellen voort kwamen , f wart, groen, blaauw en wit van verve , blinkende als gout 
en zilver, fy vliegen zeer ras en hoog , alzo dat fy niet wel anders als uit Rupfen 
onbefchadigt te krygen zyn. 

'Deze boom is de Malus Aurantia Tndica, fruftu I vruchten alleen in de coleurvan het vlees, het geen 
omnium maximo , pumpelmus difto , van welke J deze vrucht in zich bejluit , gelyk Hermans in zyn 
'vruchten twee onderfcheidene zoor ten in de Boom- i Catalogus horti Academici op het 405. blad aantee- 
gaarde op Zeilon en andere gedeelte van Oofl-Indien I kent , alwaar hy deze boom met de boven gejieldè 
werden gequeekt , bejiaande het jnderfcheid der \ naam voorfelt. 



24 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XXX. AFBEELDING. 

PAlma Chrifti in Surinaame den Olyboom genaamt waft zeer hoog, en is cierlyk aan 
te zien, draagt geele bloei fel, waar na fteekelige zaadhuisjes voortkomen, de- 
ze zaaden zyn in het begin groen , en als fy ryp zyn bruin , men kookt het zaad 
in water , zo ondoet fig de oly , dryft op het water, die men affchept, en daar te 
lande om allerlei wonden te genefen gebruikt werd, men brand die ook in lampen, 
om te lichten by nacht. 

De licht groene en boven op de zaade kruipende Rupfe heeft witte lange hairen , 
eet dele groene bladen, den 3. May is fy tot een Poppetje geworden, gelyk een op 
de zaaden hangt, den 17. dito kwam een fwarte Cappelle daar uit, welkers voorfte 
vleugels fwavel-geel , en de twee andere vlerkjes ferme Ij oen*rood waren. 

De fwarte Rups die aan het zaad hangt is met geele vlakken vercierd, en werd ge- 
vanden op defe en andere boomen altyd in menigte , hangen als de Indianen in hare 
hangmatten, daar fy nooit geheel uitkoomen , als fy haar voetfel na gaan, dragen 
fy haar huis met haar als de flakken , hare huiskens lyken van dorre bladen van boo- 
men gemaakt te zyn, weten die aardig vaft te maken als fy ergens blyven willen, 
den 14. April is fy in haar hangmad verandert * daar uit een onfienlyk üilke voort- 
gekomen is , die heel wild van aard was. 

Dit gewas is de Ricinus Americanus major, eau- j tavanacu in het tweede gedeelte van de Hortus Ma- 
lt virefcente H. Reg. Pat. en den Avanacse ofte Ci- • labaticus befchreeven. 

D E XXXL AFBEELDING. 

DEze Roofen zyn uit de Caraibes na Surinaame gebracht, groeijen daar heel gaarn, 
des morgens als ze opgaan zyn fy wit , en des namiddags rood , en vallen des 
avonds wederom af. 

Op deze roofen , desgelyke op de kleine Limoen boomen Fol. 1 2. vind men dier- 
gelyke witte met bruine vlekken vercierde Rupfen als een op het blad zit, fy eeten 
de bladen, ik heb haar van den 26. tot den 30. Augufti daar mede gevoed, daar fy 
fig vaft aan hechtede , en wierdetotgraauwe Poppetjes, uit de welke den 14. Septem- 
ber 1700. quamen twederley Cappellen, den eene geel en fwart den ander donker 
groen op de binnenfte zyde , en de achterfte vleugels op de buitenfte zyde zyn 
bruin met geel, blaauw 5 en roode vlakken vercierd , voorts waren fy op eenderlei 
wys geteekent. 



Deze hoorn is de Rofa Sinenfis van Ferrarius in 
zyn flor urn Cultwa befchreeven, etn werd met recht 
Ketmia finenfis fruclu rotundo van Tournefort ge- 
heeten ; groot is het getal der naamen , waar mede 
dit gewas van verfcheide Auteuren werd genaamt , 



deze alle zyn by den andere te vinden in myn Floret 
malabarka onder de naam van Alcea arborefcens Ja- 
poniea , pampineis foliis Subafperis flore mutabili, 
five colorem mutante Breyn* Trod. a. 







P, S-Cuy&f & u £p> 



VERANDERING DER SURINA AMSCHE INSEGÏ EN ij 
DE XXXII. AFBEELDING. 



"*\Eze plant in Surinaame SUapertjes genaanit, heb ik in myn tuin gehad, dienen- 
-L^de om op wonden te leggen, alzo fy tot genefinge der zelve goed zyn, by 
nacht leggen fig alle bladen twee en twee op malkanderen, als of het maar een blad 
was, de plant heeft een harde fteel, watt zes voeten hoog, draagt geele bloemtjes, 
uit deze komen lange en fmalle peukjes vol kleine zaden, de wortel is wit 3 en ve- 
zelachtig. 

Diergelyke Rupfen als een óp deze plant legt, namen haar voet zei van deze bla- 
den, fy zyn groen met roofe verwe ftrepen en met twee hoorntjes verciert, den 20. 
May 1700. hebben fy begonnen haar zei ven te vervellen, zyn wat lichter van co- 
leur geworden, en alzo in Poppetjes verandert, zynde toen roodachtig met zilvere 
vlakken vercierd, den 4. Juny quam een zodanige bruine met geele verwe vercier- 
de Cappelle daar uit, als hier vliegende en zittende verbeeld werd. 



1 



Dit gepas werd by Tijd in zyn 'vierde Boek en 
drie-en-twintigfte hooft deel befchreeven met de naam 
van Paiomirioba fecunda en in de Catalogus horti 
Academici Lugduno Batavi van Hermans met de 
naam van Senna Occidentalis odore opii, riiinus Vi- 
rofo, foliis glabris, obtufis voorgejï v e It ; maar dewyl 
dit gewas geen gemeenfehaf , dan alleen in des zelfs 



bloem heeft met de Senna Alexandrina & Italica , zo 
heeft Tour he fort dit "gewas 'en met veel recht gebracht 
by de Caffia fiitula Alexaridriila, met wien des zelfs 
bloem en vrucht nader overeenkomji heeft , en (lelt dit 
gewas vóór met dg naam van Caffia Americana foeti- 
da, foliis Subrómndis acuminatis, als te zien is op- 
het 619. blad van zyn Inftïtutiones rei her bar ia. 



t> Ë XXXilï. AFBEELDING. 

DE Vygen itl America zyn geheel eri al gelyk aan die iri Europa gevonden wor- 
den , derhalven gans onnodig die te befchry ven , fy zouden overvloediger tot 
Surinaame zyn , als de lieden die maar wilden aanqüeeken , fy zyn een zeer aange- 
name en verkoelende vrucht , zeer nuttig voor de bewöönders van Warme landen. 

Op deze Boomen vond ik diergelyke Rupfen, als een hier onder vertoond word, 
gebruikende des zelfs bladen voor hare fpyie, den 22. Maart veranderde fy, groeit 
zynde en met geele ftreepen vercierd , in oranjen geel met roode ftreepen , over het 
geheele lyf heen , hun hooft en het achterfte deel waren fwart, alzo dat fy met haar 
voorgaande gedaante geen gelykenilTe meer hadde , fy aaten ook niets meer, maar 
veranderde allenskens in leververwige Poppetjens , waar uit den 12. April 1701. zulke 
fchoone bruine Uilen voortquamen, als boven een vliegende vertoond word, eenige 
dagen daar na quam een andere te voorfchein , die veel donkerder was , ook anders 
gevlakt als de voorgaande , gelyk boven öp de fteel zittend te zien is. 



Het zal niet noodig zyn van dit gewas veel by te 
voegen , dewyl ieder een in Europa genoegzaam bekent 
is, wat de Vygeboom, en wat des zelfs vruchten 
zyn , welkers by zondere zoorte nochtans zeer veele 



zyn , die van den anderen mee ft door der zelve onder' 
Je heidene vruchten zyn verfchee lende, als te zien is 
in de Inftitutiones rei herbaria vanTournefort ojp het 
2.6%. en Z63. blad. 



I 



25 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XXXIV. AFBEELDING, 

W In-druiven vvaiïen ongemeen weeldig in Surinaame, te weeten blaaüwe, groene 
en witte , wanneer men de ranken af fnyd en legt die in de aarde , zo kan men 
na zes maanden rype vruchten daar af genieten , en zo men alle maanden zo doet 
zo heeft men het geheele jaar Wyn-druiven ; het is te beklagen dat men geen men- 
fchen daar vind, dieluft hebben om fe te cultiveeren > men zoude niet behoeven 
Wyn naar Surinaame te brengen, maar men zoude die van daar naar Holland kon- 
nen overbrengen, alzofe veelmaal des Jaars konde ingeoogft werden. 

Op de Wyn-ranken vond ik den 26. Augufti diergelyke Rupfen, als alhier een 
vertoond w 7 ord , eetende des zelfs loof, fy waren bruin en met een fchoon wit ver- 
ciert, waren ras en veel van eeten , welkers excrementen veel en groot waren, fy 
hadden een fwarte vlak op haar achterfte lid , in welkers midden een wit velletjen 
was , blinkende als criftal, en zo menigmaal fy afem haalde, ging het op ende ne- 
der ; de Heer Leeuwenhoek meend oogen aan de Rupfen geobferveert te hebben , 
maar ik heb geen konnen ontdekken , hoewel ik zeer groote Rupfen gehad heb. Ziet 
gemelde Auteur Meffive 146. pagina 430. tot 452. den 26. Augufti 1700. rolde een 
van deze Rups de Wyn-bladen aardig te zamen , daar in is hy tot een Poppetjen 
verandert, uit welke den 15. September een fchoone groene Uil voortquam, heb- 
bende de achterfte vleugels met blaauw en roode coleuren vermengt. 

Het zal niet noodig zyn van deze druiven iets by j meerder onderfcheidene zoorten gequeekt werden dan 
te voegen , dewjl die beter m Europa bekent zyn, en * in America. 







■kwfo _ 



t 




VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 27 

DE XXXV. AFBEELDING. 

TP\Fzen hier voorgeftelden tak is Van eeri wilde boöm,zyne vruchten hangen aan 
J- / malkanderen als de knoopjes aan de Röomfe Rofekranfen, des zelfs bloeifel is 
den Perzike bloeifel zeer gelyk van de verve, de vruchten zyn groen, zeven acht 
aan malkanderen hangende. 

Op dezen boom vond ik de eerfte van diergelyke Rupfen, als hier op deze plant 
vertoond word, roodachtig en met bruine vlakken vercierd. Naderhand vond ik 
een zeer groote menigte op een hoogen Cocos boom , ( deze Cocos boom van an- 
dere befchreven en gefchildert,cn te groot in dit werk heb niet mogen hier in voe- 
gen) op dezen Boom hadden deze Rupfen een zak gemaakt of gefponnen, die by- 
na een halve die lang, okerverf, dicht , en ftark tezamen geweven was, in dezelve 
waren een ontelbaare menigte zo Rupfen, als vellen van veranderde Rupfen, dezen 
zak nam ik mede na myn huis en hong hem aan een blad van deze boom om haar 
bedryf te obferveeren, en vond dat fy over dag fig in den zak verborgen, des avonds 
daar uit gingen om hare fpyfe te zoeken , deze zak hadde fy zeer dicht by de vrug- 
ten aan het blad gehangen, in het begin van April veranderden fy fig in Poppetjes 
fig hangende aan en omtrent deze boomeri^ de Poppetjes zyn cierlyk gecoleurd, 
den I*. 15. en ió. April kwamen geele Cappellen met bruine vlakken daar uitte 
voorfchein. Nog vond ik op deze Boom , zulke kleine hairige en bruine Rupfen, 
etende des zelfs bladen, den 9. en 10. April hebben fy fig ingefponnen , enden 
23. April kwamen zulke doorluchtige Cappelletjes daar uit , die met fwarte vlakken 
^ercierd waren, gelyk een onder aan de plant vliegend vertoond word. 

Dit gewas heb ik tot noch toe by niemant dan hier] oordeels genaamt kan worden Coronilla Americana 
befchreven en afgebeeld gevonden , fat welke rnyns | arborefcens* floribus dilute rubefcentibus. 



28 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 






D E XXXVI. AFBEELDING. 

DEze plant heb ik in het Bos gevonden, en alzo men daar wegens de hitte geen 
plant affneiden kan of fy verwelkt ten eerften , zo heb ik de zelve door mynen 
Indiaan, met de wortel laten uitgraven en na huis dragen, en planten die in myn 
tuin , fy heeft een heel witte wortel , gelykt anders na den Tabak , fy brengt een 
witte bloem, als een bloem van de Tuberoos, deze afgevallen zynde, bloeide fy 
na zes Maanden wederom, haar naam en eigenfchap is in Surinaame onbekent, de 
menfchen hebben aldaar ook geen luft iets diergelyks te onderzoeken, ja fy bcfpot- 
teden rny, dat ik iets anders in het land ging opzoeken als zuiker , daar dog wel meer 
dingen in het Bos (myns oordeels) te vinden waren, indien het zelve doorgaanbaar 
was, want het Bos is zo digt met diftelen en doornen bewailen, dat ik myne Slaven 
voor my heenen raofl: zenden met bylen in de hand om voor my een opening te hak- 
ken , om eenigzins door te geraken , dat dog zeer befwaarlyk viel. 

Deze bruine met wit en fwarte vlakken vercierde Rups vond ik eetende deze bla- 
den, den 14. April 170 1. is fy in een Poppet jen verandert,, daar uit den 26. dito een 
bruin en witte Cappelle vcortquam met 4. oren jen geele vlakken op de achterfte 
vleugels verzien- 

Noch waren op deze plant witte beesjes b nadragende haar oude huk aan het ach- 
ter lyf , eetende groene luizen die Goedaart in het eerfte deel op het 90. blad be- 
fchryft, en die op deze plant waren, den eerften April maakten fy een gefpinft,uit 
het welke tien dagen daar na deze houtverwige vliegen voortkwamen. 



DE XXXVII. AFBEELDING. 

DEze plant word in Surinaame Okkemm anders Althéa genaamt , is by de kenders 
der planten genoeg^bekenï: , Slaaven in A merika kooken en eeten de vrucht , fy 
w 7 aft hooger als een man , heeft tweederley bloemen geelachtig wit , enroofecoleur, 
als men de vrucht öpfneit zo komt daar een taaije flijm uit als een draat. 

Het Rupske;, op deze plant kruipende, eet deze bladen , deni2.Juny 1700, heeft 
het fig ingefponnen, is tot een lever-coleur Poppet jen geworden, gelyk een nevens de 
vrucht legt, den 28. dito is een roodachtig Uiiken daar uit voortgekomen. 

Op'het onderfte groene blad, legt een wit beesje met fwarte vlakken, fig op de- 
ze plant houdende, den eerften Maart is daar een vliegend beesjen uitgekomen, het 
welke op het minfte aanraken weg fprong. 



Dit gewas is de Ketmïa Brafilienfis , folio ficus, 
fruöu Pyramidato , fulcato van Tournefort in zyn 
Infiitutiones rei her bar ia., en werd in het eerfte deel 
vanden Amfterdamfthe hof afgebeeld en door myn 
Oom Joan Commelïn befchreeven met de naam van 



Alcea Americana annua,florealbo,maximo,fruftu 
pyramidali, fulcato, als ook by Markgraaf 'm zyn 
Hiftoria rerum natjtralium Brajïlia » met de naam 
van Quingombo Lufitanis Congenfibus & Angolen- 
fibus Quiüobo. 




ƒ l«y ' 



VERANDERING DER SÜlUNAAiViSCHÉ INSECTEN. è 9 

DE XXX Vilt AFBEELDING. , 

DEze plant heb ik tot Surinaame in het wild gevonden, Waft acht voeten hoog* 
heeft kleine donker roode bloeifels, het zaad-huisje werd in drien gedcclc, in 
elke verdeeling is een zaad, die in 't begin groen daar na bruin is , de groene bla- 
den zyn rondom bezet niet kleine groene vezekjens , Waar van elk een klein knop- 
je heeft , worden töt Purgatien en Clifteren gebruikt > men kookt fe ook , en geeft 
het water te drinken aan de gene die den Betjak (een zekere landziekte; hebben. 

Deze groote groene Rups heeft de bladen van deze plant gegeeten , desgelykeri 
ook de bladen van den Suürfak N°. 14. befchreeven, fy was zeerftark en gulzig van 
eeten, hadde dog zo weinig afgang of excrementen als de kleinfte Rüpfen , als men 
haar aanraakte, floeg fy ftark van fig , den 23. [uni is fy ftil bly ven leggen , heeft 
fig vervelt , waar van het afgelegde vel op het blad legt , na hare verveliinge was fy 
niet zo groen meer , maar was wat uit den rooden , des anderen daags veranderde 
fy in een leververwig Poppetje 3 die een fnuyt van buiten hadde , geiyk onder op 
de fteel legt , dit Poppetje was zeer onruftig , alzo dat fy fig geftaadig omfmeet , 'c 
welk wel een quartier uur duurde * den 20. Aügufti 1700. quam een groote Uil daar 
uit, die zes oranjen geele vlakken op het lyf had, Welkers 4. vleugels en 6. voeten 
fwart en curieus geftippelt waaren, des zelfs langen fnuitis te zatrien geftelt uit tweei 
geutjes, die dit zoort van Uilen tegen elkander voegen, en maaken die als een pyp- 
ken, waar mede fy de honig uit de bloemen zuigen, en als fy gezogen hebben rol- 
len fy dien fnuit zo klein en rond te zamen , floppen hem onder het hooft , tuffcheri 
de oogen, dat men hem qualyk vinden kan, fy zyn zeer ftark, enqualyk ter dood 
te brengen, leggen een menigte van witte eyertjens. 

Het bovenfte kleinfte Rupsken heb ik met dit kruid ook gevoed, en is den 5. 
May tot een Poppetje verandert , gelyk een boven óp de fteel legt , hier uit is deri 
20. dito een gout geel Cappelletjen , met een fwarten rand omvat , voortgekoomen. 

"Dit gewas is de Ricinus Americanus perennis , 1 tuüones gebracht onder een ander gejlacht en Rici- 
floribus purpurafcentibus , Staphidis agriae foliis 'm j noides Staphifagriae folio , genaamt, Cajparus Baü- 
het eerjie deel van den Amfterdamfche Hof befchree- I hinus noemt het Ricinus Americanus folio Staphifa* 
yen 9 en werd met recht door Tournefort in zyn Infli- ■ grise, en Tona folio ficus. 



;o VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 



DE XXXIX. AFBEELDING. 

Eze plant is tot Surinaame in myn tuin gewafTen , zonder dat my iemand de 
naam of eigenfchap konde aanwyzen, fy waft ruim een elle hoog, draagt klei- 
ne geele bloemtjes. 

Op deze plant heb ik groote Rupfen gevonden eetende des zelfs bladen , fy zyn 
groen met witte , roode en fwarte, vlak ken vercierd, omtrent aan het einde van Mai 
hebben fy haar zelven in een dun gefpinft ingefponnen, gelyk ik een op de fteel 
gelegt heb, en zyn tot bruine leververwige Poppetjes geworden , waar uit den 20. Juny 
maar deze eenige Moddeof Uilken voortgekoomen is , alle de andere waren geftor- 
het Uilke is graauw met fwarte en witte vlakken geteekent. 



ven 



DE XL. AFBEELDING. 

|Fze Boomen waar van ik hier een tak voordel is tweederlei, de eene vruchtbaar 
de andere onvruchtbaar , deze laatfte zoort brengt alleen blöeifels voort , die 
zeer cierlyk van aanzien zyn, word het Mannetje genaamt , en hangt altyd vol bloem- 
troffen; deze die ik hier vertoone is het Wyfken , die brengt "uit de ftam kleine 
witte blöeifels , uit welke de vrucht komt, de vruchten zyn zeer ongelyk, de eene 
ovaal, d'andere rond , groote en kleine, als men daar in "fnyd vloeit een witte melk 
daar uit, is van binnen vol fwarte zaaden, fy hebben een aangenaamen fmaak, en 
fmelten in den mond, wanneer fy ryp zyn, zyn fy geel, wanneer ze halfryp zyn en 
gekookt, fmaaken fy als de befte raapen , men kookt ze ook alleen in water, die dan 
gefneeden gegeeten w r erden , den ftam is week als een koolftronk , hol van binnen, 
word gebruikt tot geuten op de daaken om het regen- water te vangen, hy waft in 
korten tyd hoog op, recht van ftam en cierlyk aan te zien, maar vergaat ook ras, de 
bladen waffen boven op uit de ftam, % vertoonende als een kroone, zeer cierlyk 
uitgebreit, en word daar in het land Papay-boom genaamt. 

Op den top van deze hooge boomen , vond ik veel witte Rupfen, en alzo hy 
hoog en hol is , is hy niet te beklimmen , ik liet hem dan af houwen , om de Rup- 
fen te krygen, ik fpysde haar met de bladen dezes Booms, tot den 10. |uny 1700. 
wanneer fy fig infponnen, wierden tot leververwige Poppetjes, als op den fteel der 
vrucht te zien is, den derden July kwamen zulke Uilkens daar uit , als op de vrucht 
een zittende te zien is. 

Noch vond ik op den top dezes Booms geele Rupfen met leververwige ftreepen, 
die ik met deze bladen onderhouden heb, die den 6. April vaft gemaakt en in Pop- 
petjes verandert zyn, uit welke den 20. April zulke witte Cappellen voortkwamen, 
als een vliegende vertoond word. 



'Deze twee boomen Manneke en JVyfke werden 
zeer fc hoon afgebeeld en befchreeven in het eerjie deel 
van den Hortus Malabaricus ; veel zyn de naamen 
van deze boomen , die alle in myn Flora Malabarica 



onder de naamen van Pepo arborefcens & Pepaja 
Orientalis Columna , en Pepo arborefcens mas feu 
flerilis TaradiJïBat. Trodrom. te vinden zyn, 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 31 

DE XLI. AFBEELDING. 

T^Eze roode wortel Battattes genaamt , is wat lichter als in Europa de Bietwor- 
J-^tels, men beryd die ook als de Bietwortels , men ftooftfe ook by vleefch, haat 
fmaak gelykt zeer aan de Caftanien , zyn weeker en noch lieflyker als'de zelve, waf- 
fen en vermeerderen fig fchielyk , alzo dat van een wortel in korte tyd een heel velt 
vol word, fy loopen op als de Winde waarom die ook örri dit Ried ömgeleyd heb, 
(weid Ried ook daar in 't land omtrent de wateren waft, en heeft roodachtige geelé 
bloemen) de Battattes-bloemen zyn blaauw, als een tak op de aarde raakt, maakt hy 
weder wortel, en vermeerdert fig alzo door wortel, ranken en zaadén. 

Den Rups op het Ried-blad kruipende, at beide deze kruiden, was gans vierkan- 
tig», geelachtig groen , met roode ronde knoopjes bezet, haare klaaüwen en voetjes 
laagen in een dun doorfigtig velletjen, het welk over hét gehéelé önderlyf heenen 
ging, in 't gaan zag men geen voeten, maar kleefde overal aan met dit velletjen als 
een Slak, den 22. [uly heeft ïy haar zelven een okerverwig gefpinfl: gemaakt, waar 
uit den 23. Augufti een zodanig vliegend dier uit quam* bruin en met gout geelc 
ftreepen vercierd, als boven vliegend vertoond werd. 

Het kleine groene Rupsken (gelyk als twee op den nxel en blad kruipen) heeft 
deze Battattes bladen gegeeten, ik heb diergelyke ook op deCömcommers gevon- 
den, fy waren zeer ras, om achterwaarts en voorwaarts te loopen, ten laatften wief^ 
den fy rooferood, maakten een dun wit gefpinfl: , daar in fy den 24.. Augufti tot 
Poppetjes wierden, den 29, 30, 31. Augufti quaamen tweederlei Cappelletjes daar: 
uit wit en geel , met bruine randen , gelyk hier een zittende en vliegende vertoond 
word. 



< Dit Ried, dat hier afgebeeld werd^ is de Canna- 
corus flore Coccinco fplendente Tourneforüi Infii- 
tutiones rei herbaria , en de Canna Indica flore ful- 
genti Cocco fplendente Herm. Catal. de Winde, die 
Jig om dit ried omwind , is de Kappakelengu in 'de 
Hortus Malabaricus , en de Batatas ofte Camotes 
Hifpanorum onder deze naam van Clufius befchree- 
ven, veelnaamen , met welke deze Winde van ver- 
fcheide Auteur en werd voor ge feit, werden by een ge- 
voegt in myn Flora Malabarica onder de naam van 
Colvol vulus indicus, radice tuberofa eduli, cortice 
rubro, Batatas diftus Tarad. Bat. Trod. tot noch 
toé heeft echter niemant, dat my bekent is, de bloe- 
men van dit gewas afgebeelt, dan alleen den Auteur 
van dit Werk, alhoewelTifo in fy* HiforiaNatura- 



lis gefchre'êven heeft, dat de foort en van Batata een 
bloem voortbrachten, als die der Winden; Clufius 
heeft nimmer konnen te weeten koomen welk bloem of- 
te vrucht dit gewafch voortbracht ; Marggravius 
ontkent dit gewafch een van die beide voort te bren- 
gen , zoo dat men uit de afbeelding , die hier vertoond 
werd, klaar lyk kan zien, dat het met recht van ver- 
fcheide Auteur en onder de foort e van Winde geflaatft 
is : Hernandes in Jyn Hijioria Mexicana verheelt in 
een mede foort e , die hy Cacamotic TJanoquiloni feu 
Batata Purgativa noemt , bloemen die de bloemen der 
W inde gelyk is. Welke Batata Purgativa ook zodani- 
ge bloemen van Tifo en Marggravius werden toege- 
fchreeven. 



32 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 



E XLII. AFBEELDING. 



DE Mufcus Bloem waft aan een Plant omtrent acht voeten hoog, de bloem is ligt 
geel, heeft ganfch geen reuk, als dezelve afgevallen is , dan groeit daar een 
groot zaad-huisken uit, van binnen vol bruine zaadjes, die een zeer ftarken mufcus 
reuk hebben. De Maagden rygen dezelve aan zyde draaden, en bindenze om de 
armen om zich daar mede op haare wyze te vercieren , de bladen gebruiken fy om 
de jonge Calcoens mede vet te maken. 

Op deze Plant vond ik een foort van groene Rupfen met fwarte ftreepen, die de- 
ze bladen tot hare fpyze namen , gelyk boven op de knop een zit. Den 20. Maart 
zyn fy tot bruine Poppetjens geworden , gelyk 'er een naaft de Rupfe legt. Den 2. 
April quamen witte Uiltjes daar uit, als boven een vliegt. 

Op het zelve kruid, vond ik, in }uly daar aan , een andere foort van Rupfen, 
die ook wel op de Guajaves N°. 19. gezien hadden, zynde fwart met geele ftreepen, 
hec hoofd en fteert rood. Den 10 July hebben fy haar zei ven een dun gefpinft ge- 
maakt , en zyn daar in tot een Poppetjen geworden. Den 26. July quam een blaauw- 
achtig geftreept Cappelletjen daar uit, als onder aan de Plant te zien is. 



'Dit gewafch , hier befchreeven , is van verfcheide 
Autciiren befchreeven , afgebeelt, en met namen be- 
giftigt , gelyk deze verfcheide namen , by den ande- 
ren ge-voegt in de Flora Malabarica onder de foorten 



van Alcea werden opgetelt , zynde onder die alle , 
myns oordeels, de btquaamfte benaming van de Heer 
Tournefort , die dit voorfielt met de naam i^#Ketmia 
iËgyptiaca femine Moichato. 



DE XLIII. AFBEELDING. 

1 

IS een tak van een zeer hoogen Boom in het wilde waffende, fijne bladen zyn 
hard en ftyf , aan de fteelen van het hout waft een ruigte met ronde hoorntjes, dat- 
ze in de Medicyne tegen de qualen van de Longe gebruiken. Dezen Boom word 
MarmeUde-Doosjes- c Eoom genaamt, van wegen lijn vrucht die hy voortbrengt ; deze 
vrucht is van buiten ruig en hairig, eerft groen, daar na goud-geel en hard : men 
fnyd die in het midden door, en eet het binnenfte, dat met de Europeïfche Mifpe- 
len veel overeenkomfte heeft, in fmaak, coleur en zaaden, en de fchille is als een 
doos , waarom fy Marmelade-doos genaamt word. 

Op dezen Boom vond ik een foort van Rupfen , die ruige fteekelsophet lyf hadden, 
aan welker uit-einde ietwes als een fterntjen aan vaft zat , doorgaans fwart, hy nut- 
tigde dit harde loof. Den 3. April is hy in een Poppetjen verandert, na dat zig aan 
het hout van deze Boom had vaft gemaakt 5 en is den 18. April een fchoonCappel- 
le daar uit voortgekoomen , die men in Holland Tagie de la Reine noemt. 



'Deze Boom heeft veel overeemkomft met die boom, 
die in de Hortus Malabaricus onder de naam van 
Panitsjika-Maram , als ook met den naam van Jani- 
paba van Tifo befchreeven is , die met veel andere 
naamen werd voorgefelt in de Flora Malabarica , on- 



der de naam van Pomifera Indica Tinftoria Janipa- 
ba difta Raji Hiftoria • het onderfcheid 'fchynt alleen 
te zyn in de Bloemkelk , die de vrucht in de Hortus 
Malabaricus onderjieunt. 




/V;"- V "V .Jm( ; ; 




- 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 33 

DE XLIV. AFBEELDING. 

TH Om is een groöte Boom, brengt roodachtige blöeifelj gelyk in Europa dé Ap- 
AV pelboömen, als de bloeifel afgevallen is , komt een zaad-huis, dat langwer- 
pig rond en ftekelachtig is als de Caftaniën , daar in leggen zeer fehoone roode 
zaaden, deze leggen de Indianen in water te weeken,dan weekt de roode verf daar 
af en lakt op de grond , daar na gieten fy hét water allenskens af 3 en droogeri de 
verf, het geen op de grond legt , daar fy alderlei figuuren op haare naakte huid me;- 
de fchilderen , het geen haar cieraad is. 

De onder op defteel kruipende bruine Rüpfé, met geele ftréepen en roode hairen^ 
eet deeze groene bladene den vierden April is fy my verandert en tot een hald en 
hairig Poppetjen geworden > uit het welke den 6. Mai zulke donker groene üilkens 
voortquamen. 

Noch vond ik op dezen Boom bruine Rüpfen, als boven op het blad een legt, 
nuttigende deze bladen; den 26. Maart zyn fy ingefpönnen en tot een Poppetjen ge- 
worden, als een tuffchen de bladen legt: den 10. April quam daar uit een zulke 
graauwe Uil, gelyk boven een zittend vertoond worcl. 



"Deeze Boom is de Urucu by de Hr. Tïfb bè Je bre- 
ven , en onder den naam van Orleana vel orellana 
folliculis Lappaceis Hermani worLJy ook in het eer- 
Jie "Deel van den Amfleraamfche Hof ' befclireeven , al- 
waar noch andere benamingen van deze Boom gevon- 
den worden. T)e Heer Toumefort heeft deeze Boom 
als een nieuw Gejlacht nevens de twee foorten van 



Cortufa Americaha voorgejielt onder den naam van 
Mitella , dewyl de vrucht van deeze Boom , gelyk als 
die van de twee foorten van Cortufa Americana, ryp 
zyndeopenfplyten, en als dan een kleine Myter ofte 
Biffchops Mus verbeelden , en noemt dierhalve deeze 
Boom in zyn Inftitutiones rei herbaria Mitella Ame- 
ricana, Maxima, Tinftoria. 



3* VERANDERING DER SÜR1NAAMSCHE INSECTEN. 

DE XLV. AFBEELDING. 

E ze Vlos Vavonis is een plant negen voeten hoog, draagt geel en rode bloemen; 
het zaad word gebruikt voor vrouwen die in barens nood zyn , om den ar- 
beid voort te zetten. De Indianen, die niet wel gehandek worden , als ze by de 
Hollanders in dienft zyn, dry ven daar mede haare kinders af, niet willende dat ha- 
re kinders Slaven zyn, gelyk als zy. De fwarte Slavinnen van Guinea en Angola 
moeten al heel hcuflyk getraóteert worden , of fy begeeren geen kinders in dezen 
haren flaaffen ftaat , krygen ook geen , ja fy brengen haar felven by wylen om het 
leven , wegens het gewoonlyke harde tractement dat men haar andoet , want f y zyn 
van gevoelen, dat fy in haar Land van haare vrienden in een vreijen ftaat wederom 
herbooren zullen worden , gelyk fy my uit haar eigen mond onderrecht hebben. 

Dé Rupfen, die zig onthouden op deze plant, zyn licht zee-groen , eeten des- 
zelfs groene bladen. Den 22. January 1700. hebben fy haar zelver nedergelegt, en 
zyn tot bruine Poppetjes geworden ; den 6. February quamen graauwe Motten of 
Lilkens daar uit 5 zuigende met haaren fnuit de Honig uit de Bloemen 5 gelyk bo- 
ven een vliegend vertoond word. 



'Deze Boom word in het fesde T)eelvan de Hortus 
Malabancus, onder de naam van Tsetti-Mandaru, 
afgebeeld en befchreven ; met verfcheide benaamingen 
werd fy ook by andere voor ge fielt, die alle in de Flora 
Mahbarica onder de voornaam van Crifta Pavonis 



coronillae folio prima, &c. te vinden zyn: en dewyl 
Tournefort bevond dat dit gewas onder geen gefiacht 
tot noch toe bekend konde gebracht worden , heeft een 
nieuw gefiacht daar, van gemaakt ', en onder de naam 
van Poinciana flore pulcherrimo voorgefielt. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 35 

DE XLVT. AFBEELDING. 

W^" Elriekende jafmin waft in Sürinaame iri het wilde door malkander, als de heg- 
■ ™' gen in Europa , gevende zulken ftarken reuk van fig , dat men fe van verre 
rieken kan. Onder deze ruigtens onthouden haar ördinaris een menigte van Ha- 
gcdiflen , Leguanen en Slangen , daarom heb ik hier eert fchöohe ëri raare slange 
bygevoegt , die ik onder de Hegge aan den voet van deze planten gevangen heb; 
welke Slangen een zeltfame manier hebben om fig te fariien te rollen 3 en haar hooft 
in haare eige kringen te verbergen. 

Deze groene Rupfe nuttigde deze fafmyn-bladen , desgelyks de bladen vari N° 13. 
en N°. 14. Dqï\ 12. February is fy in een fchoon geftreept bruin en (wart Poppetje 
verandert, die, als men f e aanraakte , fig langen tyd omdraaiden, waar uit den 16. 
Maart een graauw Uilke voörtquam, welkers inwendige vleugels geel Waren. 

T>tt gewafch is de Pitsjegam-Mulla in het zesde I Maïabarka onder de naam van Jafminum humüiüs 
T)eelvan de Hortus Malabaricus befchreeven\ wel- magno flore B. Tin. te vinden zyn. 
kers naamen bj den anderen gevoegt , in myn Flora I 

DÈ XLVII. AFBEELDING. 

W/'At ik Fol. 26. van de Roode Wyn-Dmyven gczegt heb^ is het zelve wat hiervan 
, * Y de Witte zoude konnen gezégt worden, die even zöö weéldrig öó .Sürinaa- 
me wallen als dé ftoode. 

Anno 1700. in de May, vond ik óp deze Wyngaardbladeh eenige gröote groene 
Rupfen, als boven op dé fteel vertoond is. Deze zyri zeerftark van eeten,den 15. 
May bleef ze ftil leggen eü veranderde hare verf, Wat hellende na den bruinen , drie 
dagen daar na is fe tot een Poppetjen geworden , waar uit den 3. Juni een fchoorie 
Uil voörtquam , groen en rood met ligte leververwige ftreepen , haar fnuit en hoorns 
tjes waren gout geel, de Mannetjes waren fchoonder als de Wyfjes, gelyk alhier 
een vliegend vertoond is. 

Deze onderfte Rups nuttigde insgelyks deze bladen , als hy fig uitrekte was hy 
zo lang als de bovenfte, rnaar als men hem aanraakte, kromp hy in een , als deze 
onder op de fteel leggende vertoond, laaterldé een ichuym uit den mond gaan. Om- 
trent half May 1700. vervelde fy en wierd tot een bruin Poppetjen , als onder op den 
fteel legt, den 6. Juni quam een zulke fchoone graauwe Uil met bruine vlakken en 
witte ftreepen daar uit, de voetjes waren wit, de fnuit gout geel. Ik heb deze bei- 
de veranderingen op een blad gemaakt , dewyl fe eenderlei lpvze aten. 



36 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

DE XLVIII. AFBEELDING. 



Abrouba is een groene vrucht , van de Indianen alzoo geheeten , waft op hooge 
boomen in 't wilde, draagt kleine vvitachfige groene bloeifels, welke van de 
^P en . gegeetn word , als deze bloeifel afvalt , vertoond zig een rond gefpleeten 
knopje, waar uit allenskens de vrucht voortkomt, van binnen vol zaad als de Vy- 
gen, dog witachtig. Hier uit perffen de Indianen het fap en zetten dat inde Zon, 
zo word het fwart, waar medefy haar naakte lyf met alderlei figuuren befchilderen^ 
deze vercieringe blyft haar maar negen dagen by , voor die tyd kan ze met geen 
zeep uitgewaffen worden, de vrucht houden fe voor venynigj als men in het houd 
van dezen boom fnyd , loopt een fap als melk daar uit , met dit fap fmeeren de In- 
dianen haar hooft als haar dat zeer jeukt, want loopende bloots hoofts , zo fchie- 
ten zekere foort van vliegende kleine beesjes haar zaad uit , het welk haar op het 
hoofd vallende, wallen daar Wormtjes van , die haar groote jeukte veroorzaaken 
die ze met deze fap doden en verdryven. 

De Rups, die op de vrucht kruipt, is geel fwart , en gelykt een Kleerbeefem, 
en eet deze bladen. Ontrent den 3. Augufti maakte fy een houtverwig gefpinft, 
daar in wierd fy tot een grooten fwartcn en met geele ringen vercierde Beye, welke 
den 15. Augufti voort quam. 

Den boven vliegenden grooten Torren heb ik hier by gedaan om het blad te ver- 
vullen. 

De witachtige Worm, die hier in het midden op het groene blad kruipt, word 
den Palmyt Worm genaamt , wyl hy zyn voedfel op den Palmyt Boom heeft ; ik zet 
hem hier op, wyl den Palmyt Boom niet konde fchilderen, dewyl zyne gefpletene 
bladen zeer groot zyn, den flam is kort en week, de bladen fchieten van onder 
opwaerts, het een hooger als het ander, en alzo rondom tot boven toe, en zeggen 
de luiden aldaar dat hy 50. jaar groeit tot dat hy fijn volmaaktheid heeft, dan hou- 
den ze af waar de bladen haar begin neemen , den ftam , omtrent een mans lengte , 
houwen ze ook af, namcntlyk zo verre hy week is , dezen ftam kookt men als 
Bloemkool, fmaakt beter al Artifchokke-ftoeien, in den ftronk dezes Booms waf- 
fen Wormen in ontelbaare menigte, in het begin zo klein, als de Maiden van de 
Kaas , daar na worden zy als hier een vertoond word , fy eeten het merg dezes Booms. 
Deze Wormen leggen fe op kooien en braden fe , en houden fe voor een zeer deli- 
cate fpys, van deze Wormen komen zulke fwarte Torren 5 als hier een vertoond 
word } van de Indianen genaamt De Moeder der Pdlmyt-boomen. 




cZcJf^r 0f«lL. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 37 

DE XLIX. AFBEELDING. 

TTNEn Granaat-'Èoom , in alle Landen genoegfaam bekent, waft ook tot Surinaame 
-*-^ ik vond op de zelve een foort van Torren, traag en langfaam van aart, en 
gemakkelyk om te vangen , deze Torren hebben van vooren onder 't hooft een 'lan- 
gen fnuit , die fy in de bloemen fteeken , om den Honigh daar door uit te zuigen den 
20. Mai leiden fy haar ftil en onbeweeglyk neder , doen barfte boven op haar ruggen 
de huid op, en quamen groene Vliegen daar uit, met doorzichtige vleugels , deze 
Vliegen vind men zeer veel op Surinaame, fy zyn zeer gaauw in het vlfegen , zo 
dat ik uuren lang loopen moeft om een van dien te vangen , fy geeven een geluid als 
een Lier van zig , dat men haar van verre kan hooren zingen , waarom men fe ook 
den Lierman noemt , fy hadde nog den zei ven fnuit als de voorgaande Torren 
zynde uit de inuit de voeten, oogen en het geheel lichaam uitgekroopen , blyven! 
de het vel leggen in 't zelve poftuur als of de Vlieg daar noch in was. De India- 
nen hebben my verzeekert , dat uit deze Vlieg de zogenaamde Lantarendragers 
voortkomen , gelyk hier Mannetje en Wyfje zittende en vliegende vertoond worden 
haar hooft of mutfe is by nacht lichtende als een lantaarn, by daag was dezelve heel 
doorzichtig als een blaas > met roode verwige ftreepen en groen vermengt, uit deze 
blaas komt een helder fchynfel by nacht als een keers , dat men een Courant daar 
by zoude konnen leezen. Ik heb noch een zodanige Vlieg by my , die op het 
punt van veranderinge is , hebbende noch in allen deelen de geftalte van de Vlieg 
behalven dat de blaas aan het hoofd aangegroeit is , maar de vleugels zyn nog die 
van de Vliegen, welke Vliegen de moeder van Lantaarndragers genaamt word van 
de Indianen, gelyk fe de eerfte Torren de moeder dezer Vliegen noemen j de onder 
op de Granaat-bloem zittende V lieg vertoont hoe deze Vier vliegen of Liermans 
allenskens Lantaarndragers worden. Men noemt haar zo om fe te onderfcheiden 
hoewel de laafte zo wel als de eerfte een geluid van een Lier maken , apparent met 
haar fnuit die allen gemeen is , en haar 111 alle haare veranderingen byblyft. De 
Indianen brachten my op zekere tydeen groote menigte dezer Lantaarndragers , (eer 
ik wift dat fe by nacht zulken glans van haar gaven) die ik in een groote houte doos 
deed, des nachts maakten fy zulken geraas, dat wy met fchrik ontwaakten en uit 
het bedde opsprongen, en een keerfe opftaken , niet wetende wat in huis voor ge- 
raas was, haaft wierden wy gewaar dat het in die doos was, die met verbaaftheid 
openden, maar met meerder verbaaftheid ter aarden fmeeten , alzo in het openen 
der doos , als een vlamme viers uit dezelve voortquam , ja zo menig beeft zo 
menige viervlamme quam daar uit, doch ons bedarende, zochten wy ze weder by 
een, en waren zeer verwondert over den glans dezer beesjes. 

In de negende Jf beelding is een tak van de Gra- I toonde welke Boomen genoegzaam hekend en in de 
naat-boom met de enkelde Bloem afgebeeld , hier 1 Hoeven te vinden zyn. 
werd dezelve , doch met een dubbelde Bloem ver- 1 



38 VERANDERING DER SüiUNAAMSCHE INSECTEN. 

DE L. AFBEELDING. 

Witte Battattes , zyn wilde Aardvruchten, van de menfchen worden fe niet ge- 
geeten, fy brengen een fchoone witte bloem voort , gelyk hier te zien is. 

Van diergelyke Rupfc, als op de wortel kruypt, heb ik veele gehad, die my de 
Doofen doorbeeten en weg liepen» Den 4. April vond ik m myn tuin in het graven 
een holligheid , waar in eenige van deze Wormen by de Battattes-wortels lagen in 
een gerolt, waar van ccne aireede de geftalte van deze fchoone Goud- Torren hadde, 
andere geleeken wat minder daar na, alle waren fe nog heel week en wit, die na 
eenige uuren hard wierden , kreegen allenskens zulke fchoone goud-groene verwe. 

Den 6. Juny vond ik nog een ander foort van Wormen op deze wortelen, gelyk 
boven op de fteel een te zien is, die is insgelyken in. een gekrompen, gelyk heel 
boven op de plant te zien is , in het begin week emwit , en eenige uuren in de lucht 
leggende , wierden fe hard en fvvart , en veranderden allenskens in zulke Torren als 
boven een vliedt. 



Een andore foorte van Battattes is op de eenen- 
veertigfte Afbeelding afgebeeld en befchreeven , welke 
foorte van Battattes ik aldaar gezegt heb met veel 
recht van verfcheide Anteuren gebracht te zyn onder 
de foorten van Winden, deze die ons hier verbeeld 
werd, kan by de Winden niet gep laat ft werden, dewyl 
des zelfs bloem in veel deelen ge j pleet en is en verders 



een trechter verbeeld, daar en tegen zo verbeelden de 
Bloemen der Winden een kloesken , welker randen bui- 
tenwaards gemeenlyk omgeboogen zyn ; deze Battattes, 
die hier verbeeld werd , moet dierhalven onder de 
foorlen 'van Quamoclit gebragt werden, en moet des 
zelfs naam , myns oordeels, zyn Qaamoclit Ameri- 
canaradicetuberofa, flore albo, pulcherrimo* 



DE LI. AFBEELDING. 

DEzen Tak is van een grooten wilden Boom , welkers bloeifel lange witte dra- 
den heeft, fyne zaadhuisjens zyn lange gedraaide peulen , inhebbende fwarte 
boonen met witte lymigheid omgeven , die men afzuigt van wegen fyn aangenaa- 
me zoetigheid , daarom men fe ook Zoete-boontjes noemt 5 het gebruik der boonen is 
onbekent, en de Indianen noemen die Wycke-bockjes. 

Deze geele Rupfen eeten de bladen , fy hebben fwarte voeten, en fwarte fteekels 
op den ruggen 5 Ik heb meer als honderd gehad, die alle geftorven zyn, dewyl de 
bladen van deze boom ten eerfte hard worden en verdorren als fy afgebroken zyn, 
en alsdan van de Rupfen niet konnen gegeeten worden , dog is my den 16. Juny 1700. 
een tot een Poppetjen geworden , ( gelyk aan het einde der peulen een legt ) aan het 
einde van Juny quam een fchoone Cappelle daar uit , gelyk hier een vliegend en 
zittend vertoond word. 

'Deze boom is nergens , dat ik weet , befchreeven , | en kan onder geen bekent geflacht gevoegt werftn. 




Q&cMctè^vXvL. 




cAoSC^or C&d». 




■Ier fc-ulf . 



VERANDERING DER SUKINAAMSCHE INSECTEN. 39 
DE LIL AFBEELDING. 

A Ppels van Cbina-Boomen waffen in Surinaame zeer hoog , als de hoogfte Appel- 
•** böomen in Europa, de bladen zyn blinkende groen , de bloeifei wit en ftark 
van reuk, de vrucht Granjen-geel, en van zeer aangenamen fmaak. 

De Rupfen, die ik op deze boomen vond, eetende desfelfs bladen, zyn groen 
met een ge.le ftreep over het lyf , op elk iid hebben fe vier Oranjen-geele Corallen, 
rondom met haartjes bezet 5 Den 18. Februari hebben fe een okerverwig gefpinft 
gemaakt, gelyk onder tuffchen de fteelen legt, den n Maart quamen fchoone groo- 
te Uilen daar uit, hebbende op eiken vleugel een plek als een Moicovifch glas , wa- 
ren fnel in 't vliegen, drie dagen daar na leiden (e tien witte eijertjes. 

Dezer Rupfen vind men veelj wórden zo dik dat Ie rollen, komen driemaal in 
't jaar, fy fpinnen een ftarken draat, 't welk my tot die gedachten bracht , dat het 
goede zyde was , heb derhalven e^nïgë 'vergadert en naar Holland gezonden, al- 
waar fy is goed bevonden , alzo dat indien iemand de moeite wilde neemen om 
deze Rupfen te vergaderen ■> die zoude goede Zyde en groot profyt konnen te wcge 
brengen. 

Dit is de Aurantium Oïyfipcmenfe van Ferrarius m de Malus Arlfitia Lufitanica Horti Reg. Tan f. 

£>E Lilt. AF BEELD ING. | 

f\P zekeren tyd begaf ik my wyt in de wildernis, en vond onder anderen w 
V-/ Boom, die de Inwoondefs Mi(peLBuom noemen, de Poom waft heel hoog, de 
vrucht heeft in het midden een wit gewas als een hert gcformeert , met fwarte zaad- 
jes daar op, (het welke de lieden voor een Mifpel eeten) onder de zefvè zyn twee 
dikke bloed-roode, en achter de zelve nog vyf dikke groenachtige blaaden , lief- 
lyk om aan te zien. 

Hier vond ik deze geele Rupfe, die over haar heele lyf roofeverwige ftreepen had- 
de, haar hooft was bruin, en op elk lid waren vier fwarte fteekels , de voeten wa- 
ren ook roofe verwig, welke Rupie ik mede naar huis nam , maar f e veranderde wel 
haaft in zulke lichte houtverwige Poppen , gelyk hier onder op het hout van dezen 
Eoomlegt, veertien dagen daar na, omtrent het einde van (anuary 1700. quam 
deze allerfchoonfte Cappelle daar uit, gelykende als gepolyft Zilver, met her aller- 
fchoonfte ültramaryn overtrokken, groen en purper ja onbefchryflyk fchoon, wel- 
kers fchoonheid met geen penceel na te maken is , de onderfte zyde is bruin met 
groenagtige vlakken , op eiken vleugel drie ronde kringen oraniën geel , met iwarte 
kringen omtrokken, en die wederom met groenagtige, de einden der vleugels zyn 
oraniën-geel met fwart en witte ftreepen verciert. 



T>e bladen van deze Boom gelyken niet qualyk na 
de Mefpilus Americana alni vel Coryli toliis fru- 
<3u mucaginofo albo in het eerjie deel van de Am> 



prdamjche Ho ff befchreeven , of het de zelve is kan 
ik niet voor zeker zeggen? dcwylde befchryving hier 
zeer weinig is. 



40.. VERANDERING DER SU RiN AAM SC HE INSECTEN. 

DE LIV. AFBEELDING. 

DEze Plant, van de Indianen Ball'ta genaamt, waft in het Eos aan de kant der 
moraffige wateren , vier of vyf voeten hoog , heeft harde groene bladen als 
het riet, brengt een roode dikke bloem, de kleine knopjes zyn wat fubtiler. 

De onderfte aan het blad hangende Rüpfe is geel en Iwart , verciert met ftreepen, 
at deze bladen , den 14. Juni wierden fe tot leververwige Poppetjes , gelyk op het 
zelve blad legt 5 den 21. juni quamen zulke graauwe fwart geftippelde Uiltjens daar 
uit ; als aan het onderfte blad te zien is. 

De bovenfte geele Rups , met fwarte ftreepen en bruin hooft , at deze bladen tot 
den 2. April, wanneer fe haare huid aftrok en een gefpinft maakte , gelyk op het 
tweede blad legt j den 14. April quamen zulke okerverwige Uiltjes daar uit, als bo- 
ven op de Plant te zien is. 

Omtrent de zelve tyd vond ik aan myn venfter een ovalen klomp kley , dezen 
deed ik open, en vond daar in vier verdeelde holligheden , daar in lagen witte Wor- 
men met haare huiden , die fy afgelegt hadden nevens haar, gelyk onder op het 
blad twee leggen; den 3. Mai quamen daar zulke wilde Beijen of Wefpen uit, als 
ik hier vliegende vertoone > van diergelyke was ik tot Surinaame dagelyks gekwelt , 
wanneer ik fchilderde, vloogeri fymy om het hooft , fy maakten een neft naaftmyn 
zyde aan myn verf-kiftje van kley als boven gemeld , zo rond als of het op defchyf 
van de Pottebakkers gedraait was, ftaande op een kleine voet, om dezen maakten 
fy een ander dekfel van kley, om het binnenfte van alle ongemak te befchermen , fy 
lieten een rond gat daar in om in en uit te kruipen, daar na zag ik fedagelys kleine 
Rupfen in dragen, buiten twyfFel tot fpyfe voor fig en haare jongen of Wormen, 
gelyk de Mieren ook doen, als my eindelyk dit gezelfchap laftig wierd, verbrak 
ik haar huis en verdreeffe, wanneer ik haar geheele toeftel zag. 

'Dit gewas is tnyns bedunkens de Lachryma Job | van de HeerTournefort t in fijn In/litutiones rti Her* 
Americana altiffimo arundinis folio & facie Plumer: ' bar ia voorgejielt. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 41 



DE LV. AFBEELDIN G. 

INdiaanfe Peper of Piement waft een halve man hoog , het bloeifel is wit , in het mid- 
den violet, den ftam groen en hard, de bladen gras-groen en week, de vrucht 
in het begin groen , daar na fchöön rood; Ik fette hier vier foorten aan deze Plant, 
vvyl de bladen en bloeifel eenderlei zytt , behalven dat de een wat grooter of klein- 
der is, na den aart der vrucht. De vrucht is heet en fcharp, de Indianen vryven fe 
op haar brood als fe eeten, de Hollanders fneiden fe klein en eeten fe tot vleefch 
en vifch, doen fe ook in faufen en azyn, &c. 

Op dezen Peper Vond ik deze fchoone groote Rups , die een rooden ftreep aan 
elke zyde over de langte des lyfs , en een witten ftreep over den gantfchen rug had, 
op het achter lid een roofeverwige hoorn , en óp elk lid een geele vlak met roofen- 
verw omtrokken, hy at niet alleen deze bladen, maar den Peper zelfs , den 22 [a- 
nuary is hy tot een bruin Poppetje geworden, en den 16. February quam een zulke 
graauvve Uil daar uit, hebbende öp elke zyde des lichaams vyf gout-geele vlakken, 
fy vloog maar des nachts , maar des daags was fe heel ftil. 



'Dit gewas is de Capficüm van <r Dodon<eu's enToitr- 
nefort, en Piper Indicum van J. en C. Bauhinus, 
welkers onderfcheid meefi in de vrucht bejïaat> zynde 
het getal der zelve zeer Veel die met haar naamen 



voor ge fielt werden in de ïnfiiïutisnes rei Her bar ia 
van Tourntf>rt , en waar van veel levensgrootte wer- 
den afgebeeld in de Hortus Èyftettenfis. 



DE LVI. AFBEELDING. 

DE- hier voor gefielde bloemen heb ik in ftaande wateren gevonden , bladen heb 
ik daar aan niet gezien ^ de fteel was een elle lang , de bloemen op biar zelven 
leeken als Violette- crocus, elk bloemtje hadde een blaauw blad met een geele vlak- 
ke gelyk de ïrias heeft. 

In dit water vond ik dierkens , dié de luiden aldaar PPater-Scorpioenen noemen, den 
10 May 1701. nam ik eenige op, daar van quam den 12, een zulk vliegend Beeft, 
gelyk boven by de Plant vliegt. 

In dit water fwommen veele Kikvörfchen b hadden twee ooren aan het hooft, wa- 
ren groenachtig en bruin gewolkt i aan elke poot van de voeten was een bolletje , die 
de Natuur aan deze beeften, in deze moraffige waters gegeven heeft, om over den 
zelven te konnen henen gaan, fy leggen haar zaad aan den oever des waters : wan- 
neer men fe wil obferveeren, zo doet men van dat zaad in een pot daar een footjen 
in de grond legt , daar op legt men het zaad en vult het aan met water , het zaadje 
is een fwart ftipelke in witte ilym leggende, van deze flym leefde dat fwarte onge- 
formde ftipelke, kreeg allenskens wat beweeginge, omtrent acht dagen daarnakry- 
genfe ftaarten en fwemmen in het water, gelyk hier vyf boven de Kikvorfchtezien 
zyn , eenige dagen daar na krygen fe oogen , nog wat laater krygen fe voeten van 
achter, acht dagen daar na krygen ie nog twee voeten van vooren , die haar uit de 
huitbarften, vier voeten hebbende , danrothaardenftaartaf, en zyn alzo Kikvör- 
fchen, en loopen uit het water landwaarts in. Het water en gras footjes moeten van 
tyd tot tyd vernieuwt worden, moeten met broodkruimtjes in het water gevoed wor- 
den zohaaft men beweginge befpeurt. Deze obfervatie heeft de Heer Leuwenhoek 
Fol. 113. a 126. Meflive Anno 16 99. den 25. September, 't welk alles met hem con- 
form bevonden heb. 



42 VERANDERING DER SUMNAAMSCHE INSECTEN, 

D E LVII. AFBEELDING. 

T"\Eze Guajaves is een Vrucht wat beter van fmaak als die ik N°. 14. voorgeftelt 
-*-- / heb, welke Vrucht ook zo veel fteentjes of zaaden niet in zig befluit. 

Op dezen Boom vond ik een foort van groene Rupfen, met zes witte ftreepen op 
èlken zy, en op elk lid een ronde f warte vlak, ophetachterftelideenroodhoorntje. 
den 20. May 1700. hebben zig fommige nedergelegt , en aten in vier dagen niet 
meer, wanneer fy dan tot Poppetjes geworden zyn, als een onder op de fteel legt, 
den 14. juny quam de eerfte Uil daar uit, welkers vleugels graauw > fwartenwit ge* 
marmert waren , op haar lyf waren tien oraniën-geele vlakken , hadde een lange rood- 
achtige fnuit, waar mede fy de bloemen uitfoogen, als alhier te zien is. 

Op dezen Boom vond ik nog een foort van hairlge Rupfen , gebruikende des zelfs 
loof tot haare fpyfe, het hair van fommige was wit , en fommige geel , het vel van 
deze Rupfen onder de hairen is als menfehen vleefch , fyzynzeervenynig, als men 
haar met de hand aanmakt, zo ontfteekt dezelve aanftonds , enmenlydgrootefmer- 
te daar aan, gelykik ondervonden heb, in het midden des lichaams nebben fe vier 
voeten en gaan dog op alle haare leden , fommige zyn in Maart, andere in de May 
ingefponnen , fe wierpen haar hair af en maakten een gefpinft daar af , gelyk een tuf- 
fchen de bladen hangt , na tien a twaalf dagen quamen zulke Hechte Vliegen daar 
uit, en hoewel dezer Rupfen veel gehad heb, is myn dog niets anders daar uit ge- 
komen. 



T)it gewas is de Malakka-iPela, 'm het derde 'Deel 
'van de Hortus Malabaricus befchreeven en afge- 
beeld , het getal der naam en van dit gewas, is byna 
zo groot als het getal der Auteur en die het hebben be- 



fchreeven , deeze ndamen by den anderen gevoegt t 
zyn in myn Flora Malabarica , onder de naam 
van Guajava rubra acida fruflu rotundiore te vin- 
den. 



DE LVIII. AFBEELDING 

TTIer vertoone ik een tak van een grooten Boom, die in het Bofch Van America 
•«--^waft, in fyn zaadhuisjens zyn fwartachtige Boontjes, waar van de Boomen 
den naam dragen van Zoete 'Bootten - Boom , om deze Boontjes legt een wit merg, dat 
zeer zoet en lieflyk is, in dit merg vond ik witte Maeden, gelyk op de opene Boon 
te zien is, deze wierden tot bruine Poppetjes , den 2. April, zynde tien dagen daar 
na , quamen zulke groene vliegen daar uit , gelyk nevens de Maede te zien zyn. 

De onderhangende groene Rups heb ik met de bladen van dezen Boonen-Boom ge- 
gefpyft, desgelyken met die bladen vanFol.25 , den 16. Juny 1700. is fe ineen groen 
Poppetje veranderd , waar uit na tien dagen een zulke Cappelle veranderde, gelyk 
boven op de Boone zit. 

Op dezen Boom heb ik nog andere Rupfen in groote menigte gevonden, gelyk een 
boven op den fteel kruipt, hy hadde geele hairen en zwarte borftels, dit hair wierp 
hyaf, kleefde het aan de doozen vaft, en maakte een ovaal graauw gefpinft daar 
van , gelyk op het groene blad te zien is , in dit gefpinft veranderde hy ineen Pop- 
pet jen, drie dagen daar na quamen uit allen die zig ingefponnen hadden zulke Vlie- 
gen , welkers vleugels bruin, en lichaamen met rood en groen, zilveren goud co- 
leur gevlakt waren. 




P Kwjto- Suf ■ 




J> Jlujitr J l1t /p 




oJScAdLv :^L. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 45 
DE LIX. AFBEELDING. 

IN het water tot Surinaame waft een foö'rt van Kerfle, heeft dikke gladde zappïep. 
bladen , den fteel is geelachtig groen , met licht roode bloeifel , men gebruikt die 
als Spinage ook tot Slaa. By deze Water- Kerffe zal tot voleindinge van myn Werk 
der Infeóten niet qualyk pafïen een Water-Tïier of Padde , waar van het wyfken haarc 
jongen op de rugge draagt , hebbende haar Baarmoeder langs den rugge heen , daar in 
fe haar zaaden ontfangt en aanqueekt, deze tot haar rypheid gekomen zynde , werk- 
ten haar zei ven uit de huid, kruipende een na den anderen daar uit als uit een Eyj 
dit ziende fmeet ik de oude in Brandewyn met haare overige jong >ns *die fommige 
met het hooft, fommige half uit waren. Deze Padden worden daar van deSwarten 
gegeeten, die fe voor een zeer goede fpys houden, fy zyn fvvartachrig bruin, de 
voorfte pooten gelyken aan Kikvorfchen-pooten 3 maar de achterfte zyn als Eenden- 
voeten. 

ik heb ook laaten hoorntjes uit de grond der Zee opviffen s óm te zien wat voot 
Beeftjens daar in zitten mogten, ik heb dan zeer veel gehad, daar de Beeftjensnog 
levendig in zaten > ik heb verfcheide met geweld daar uit getrokken , en bevonden 
datze van vooren een foort van Kreeften waren, maar van achter waren ze s lakken 
in het hoorntje ingedraait , des daags lagen fe ftil , maar des nachts maakten ze een 
ftil geluid met haare pooten, en waren zeer onruftig* 

DÈ LX. AFBEELDING. 

IN january 1701. begaf ik my in het bofch tot Surinaame om te zien of iets ont- 
dekken konde, ik vond deze Bloem aan een Boom , die cierlyk rood was > van 
naam en eigen fc hap aan de Inwoondeirs des zelven Lands onbekend. 

Hier vond ik een fchoone groote roode Rups, die op eiken lid drie blaauwe co- 
' tallen, en op ieder coral een fwarten pluim had , ik dachte hem niet de bladen vaa 
dezen Boom te fpyfen , maar hy heeft zig ten eerften ingefponnen , en is tot zulk een 
raare Poppet jen geworden, zo dat ik niet zeeker weet of ik fyne rechte fpyfe heb ge- 
vonden of niet Den 14.. January quam een zulke fchoone Cappelle daar uit, fya 
achterfte vleugels zyn van binnen fchoon blaauw , de voorfte bruin met een witten 
ftreep daar door heen ^ met wat blaauw , gelyk hier vliegend vertoond word , de bui- 
tenfte vleugels hebben drie ronde boogen met fwart, geel en bruin, en zeer fchoon 
gevlamt, gelyk hier zittend vertoond word , in Holland word hy de Groote Atlas 
genaamt. 

Wilde Wefpe of Marihonfe van de Inwoonders genaamt , werden op Surinaame overal 
gevonden, zelfs in de huizen en in het veld, zyn bruinachtig van cöleur , fe fteeken 
de menfchen en beeften die haar naderen , en haar in haar doen verftooren , fy 
maaken huiskens als in Europa van allerlei aardige fabryk, waardig om te befchou- 
wen, men ziet daar in merkteekenen van voorzigtigheid , hoe fy tegens regen 
en wind gebouwt zyn, om haar zaad in zekerheid te leggen, uit dit zaad komt eerft 
een witten Worm , gelyk een onder de Rups legt, deze veranderd allenskens in zul- 
ke foort van wilde Beijen, die een plage des zelven Lands zyn. 



44 VERANDERING DER SU11INAAMSCHE INSECTEN. 

DE LXI. AFBEELDING. 

V^An dit gewas Gulava Alba-dukis ziet hier Vöören op Fol. 14. alwaar het omftan- 
» digh is befchreeyen , en is op de Plaat 19 mede met zijn Vrucht verbeeldt : 
De Rups, dewelke daar op aaft , is den 2+. February in een popje verandert, enden 
2. Maart is uyt het zelfde voortgekomen een Uyltje, zynde wit van grondt met 
geelachtige bruyne vlakken. Den Rups is de Kop, en vervolgens het Lijf boven op 
zwart afloopende tot wit, en vervolgens tot fchoon geel, en heeft achter op zyn lijf 
zwarte doorn-haaren , en naar onderen en Vooren fchoone gcelen. Het popje is don- 
ker bruyn met zwarte haaren, en 't hooft, 't geen kaal is, is omtrokken met een 
roode en witte kring. 

Deze groote Rups , mede op dezelve Boom gevonden", is vuil bruin van coleur, 
van 't hooft tot de ftaart met een zwarte ftreep, en verder het lighaam met zwarte 
kringen, en naar onderen aan het lijf met witte Hippelen , het hooft en ftaart pür- 
perachtigh. Van deze Rupfen werden 'er veelen gevonden, want ik wel 50 ftuks 
daar van gehad hebbe. Deze is den 3 0. Aüguftus in een Popje verandert, zynde 
licht bruin met donkere bruine ftreepen en vlakken. Den 1 0. September" daar aan vol- 
gende quam deze groote Uil daar uit, hebbende over 't lijf een witte ftreep met vier 
zwarte vlakjes daar op : Verders zyn daar ter Wederzijden vier fchuyne zwarte , en 
vier diergelyke witte banden of vlakken. De böven-vleugels zyn vuilbruin en wit 
gevlakt, en de onderfte boven geel, en naar onderen vuil bruin. 

DE LXII. AFBEELDING. 

Dit gewas is een tak van een Papay-ióom, met zyn Bloem of Bloeifel, zynde heel 
fchoon wit, en van binnen gout geel. Ziet zyne Befchryving hier voor op 
fol. 30. De bovenfte Rups is op dezelve gevonden, en is groen en geelachtig, heb- 
bende op 't lit achter het hooft een bruin root oogje é en een witte ronde vlak, en 
ter zyden het zelve twee rondachtige vlakjes , loopende puntig om het voornoemde 
oog. Deze Rups is ongemeen fterk in 't loöpen, en, wanneer men die wil aangry- 
pen, Haat en verweert hy zig met een groote kragt. Hy is in een Popje, zynde 
gloeijend bruin met zwarte banden omtogen, den 16. May verandert, en den 19. 
juny daar aan volgende quam dezeBrummer-Uiltevoorfchyn, zynde bont gevlakt 
en geftreept met veelderley coleuren door een gemengelt. 

De onderfte , mede op dezelve Boom gevonden , is ongemeen groot 5 boven op 
het ly f bruin gemarmert, loopende naar het onderlyf gemarmert wit, en heeft ten 
wederzyde zes Kepers, of kromme haakjes heel wit 5 boven zyn hooft een zwart 
ichik , en op het zelve twee volmaakte kruysjes , blinkende als Diamanten. Den 
12. May is hy tot een geel oranjenachtigh Popje geworden, en den 12. Juny quam 
deze Brummer-Uil daar uit, hebbende aan 't hooft twee groote uitpuilende oogen, 
op den rug een witte bandt met zwarte dwarsftreepjes > het lyf is ter wederzyde met 
witte en zwarte vlakken getekent; de boven- vleugels zyn vuilbruin , geel, zwatt 
en wit gemarmert 5 de onderfte vleugels naar boven oranje i en naar onderen vuilbruin, 
eindigende in een licht geelen getanden rand. 



VERANDERING DER SURlNAAMSCHE INSECTEN. +5 



DE LXll'r. AFBEELDING. 

~^\Eze bovcnfte groote Rups is gevonden Op de 'Catau-boom^ dewelke hymeecte tot 
•^--'zynfpys gebruikt. Hy is groen geelachtig, en over 't lyfmet doornachtige 
hairen bezet , dié onder groen , en naar boven geel zyn 3 en is den 21. funy inge- 
fponnen tot een bruin ookerachtig gecoleurt Popje. Den 16. September daar aan vol- 
gende quam deze groote Uil te voorfchyn , zynde vuil appelbloefemachtig van co- 
leur , hebbende op zyn onderfte vleugels twee groote witte vlakken , rontom met 
een breeden zwarten lijft , en in 't midden een kleynen en een grooten hoekigen zwarte 
vlak. Deze Rups is zeer vergif tigh, want hetn aanrakende floeg hy om, endequefte 
myn twee voorfte Vingers , die aanftonts purper en geelachtigh wierden, en grooten 
pyn veroorzaakte in de hand tot in mijn elleboog; doch ik gebruikte aanftonds het 
gewoonelijke hulpmiddel , namentlijk Schorpioen-Uly , waar door de pijn in den tijde 
van een halfuur ophieldt. Na dit gedaan was bezag ik de Rups met een Micros- 
copium , en bevond ,. datze vol ftekeis en doorentjes was > Van onderen groen en dik , 
en boven zwart en fijn , welke zwarte puntjes , afgebroken , my in 't vlees ftaken en dee- 
ze vergiftiging veroorzaakten. Voor zulken geval dat men van Rupfen, of andere 
diergelijke Dieren geftooken wordt, is dé Schorpioen-oly altoos van een goedt ge- 
bruik. 

De onderfte Rups is zonder eenige doorn of hairachtigheid * maar veel coleurig, 
hebbende zwarte kringen en ftreepen j de grond is wit uit den zeegroenen ■> en vol 
klyne roode ftippeltjes. Hy is in 't gras gevonden, 't Welk zijn voedfel is, en den 
7. January verandert ineen licht bruin Popje, den 2$ dito in een fchoon Cappelletje, 
zynde de onderfte vleugels met vlerken en ftaartjes ; zyn coleur is uit den licht 
bruinen en zeegroenachtig > met zilverglanfige vlakjes. 



46 VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 

D E LXIV. AFBEELDING, 

/^\P folio 30 en 44- is het blad en de bloem Van de "Papay-Ëoom verbeeldt : Zy werd 
V-/ hier nogmaals vertoont met de Vrucht in haar vollen wasdom. Dezelve onryp 
zynde, is wit, en werdt hoe ryper hos geelder, en eindelyk tot een goud coleur 5 
als wanneer zy heel zoet en fmakelyk is om uit de hand te eeten. In 't binnenfte 
heeft fy kleine zwarte zaaden, gelykende naar Peperkornenj half ryp zynde, wer- 
den die by vleefch gekookt en geftooft , als gebruikhjk is met de ftoelen van Arti* 
fokken, en van haar zaad en fchil ontbloot zynde, in lange fmalle ftukken gefne* 
den, werden fy tot drooge en natte Confituuren bereyd,die heel fmakelyk zyn.Op 
dit gewas is deze bovenftaande Rups mede gevonden, zynde fchöon gemengelt met 
geel en een groenachtige coleur. Zy is den 2. Maart ingefponnen, en tot een licht 
bruin Popje geworden , en den 20. Maart quam deze groote Brummer-Uil te voor- 
fchijn, gelykende naar de zogenaamde groote Onruft, of het Camperfoeli- Beeft. 

Deze onderfte vaalgroene Rups , ter wederzijde met een geelen en rood gemengel- 
den ftreep van het hooft tot de ftaart, heeft op zijn hooft een half f orid fchilt , blin- 
kende als Diamant 5 en onthoudt zig mede op de Papay-boom : Zy is den 14. Novem- 
ber tot een bruin Popje verandert, hebbende aan zijn hooft een fnuit, die hem toe 
de borft omkromt. Den 28. dito quam deze groote Brummer-Uil daar uit, zijnde 
licht zwart graauw en wit fcharp gevlamt 3 het lijf licht root en zwart, ten weder- 
zy de gebandeert , hebbende over zijn rug een graauwen ftreep met zwarte vlakjes. 

DE LXV. AFBEELDING. 

DEzeRups, die fchoon geel, en naar de buik rootachtig is , heeft een groote ge- 
vlamde Keeper achter aan zijn ftaart. Hy onthoudt zig op de Oranje-boomen, 
en eet des zelfs bladeren, dog is heel zeltfaam. Hy is den 25. February ingefpon- 
nen en tot een Popje geworden, zijnde zijn Spinfel een foort van Zyde, welke die 
der andere Zy wormen in veelheid en glans overtreft. Jammer is het dat 'er zo weinigen 
gevonden worden , en indien men dezelve zowel als de anderen kon voortqueeken, 
ik ben verzeekert, dat 'er meerder voordeel meede zou te doen zijn. Dogniemant 
heeft, mijns weetens, daar ooit zijn werk van gemaakt. Den 25. Maart daar aan vol- 
gende is deze Capel daar uit voort gekomen. Hy is ongemeen groot, en fchoon 
oranje, en roodachtig van coleur met witte banden , zo wel op de bovenfte , als on- 
derfte vleugelen, en heeft op ieder van dezelve een glasachtige vlak, doorfchijnend, 
en fchoon van glans , met een witte, en daar buiten rondom met een zwarte kring 
omtrokken , ftaande deze plek als in een fpiegel-lijft : Waarom dezelve by de Lief. 
hebbers de Spiegeldrager is genaamt. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEK w 

DE LXVI. AFBEELDING. 

T^E meefte, zoo Ooft als Weftindifche Liefhebbers/ waanen engeeven voor, ja 
J-*' zeggen het zelfs gezien te hebben, dat het Wandelende blad* of het Diertje 
zoo genaamt, aldaar aan de boomen is groeijende , van waar het rijp geworden zynde, 
afvalt, en alsdan wegloopt ofte vliegt 't Is eene dwaling , ontftaan uyt onkunde , 
nadien zy nooyt het beginfel van dien önderzogt hebben, en dat dezelve zo wel 
als andere Diertjes uyt Eijertjes voortkomen. Alle de voorfchreeve Capellen zyn 
herkomftig uit eijertjes , die, na dat zy met mannetjes vereent waaren geweeft , zyn 
gelegt ter plaatfe > alwaar de Diertjes , uit dezelve voortkomende ,aanftonts hun voetfel 
zouden vinden , en zyn eerft Wormpj es of R upfen , die dan eetende , door hun voetfel 
groei jen en grooter worden, en volwaffen zynde , fich infpinnen , entot Popjes veran- 
deren , die dan de eene langer , d'ander korter tyd nodig hebben , eer fy tot volmaakt- 
heid zyn , en eindelyk uit hun popjes breeken en te voorfchyn komen , fijnde dan alle 
nat en in een gedrongen, dog fomtyds in minder dan een half uur, na hen wel gefchud 
en beweegt te hebben, worden hunne vlerken droog en uitgefpannen , en komen al- 
zoo tot volmaakte Capellen, die, zoo verandert fijnde^ wel tien en meermaalen gro- 
ter fijn als het popje, alwaar fy eerft in öpgefloten waaren. Dit Diertje, het Wande- 
lende Blad genaamt, alfo het een foort van Sprinkhaan is , komt ook op dezelve wyze te 
Voorfchyn. Ziet hier Wat ik daar van ondervonden heb. Myrl Neger , dien ik altoos 
gebruikte om in =t bofch Wormen, Rupfenof andere diertjes op tefoeken, brogt my 
een ingefchrompeld blad , 't geen ik foet jes opende , en daar in vond eenige groene°cijer- 
tjes, ieder ter grootte van een Conanderfaat, waaruit na 't verloop van wynige dagen 
kleine fwarte diertjes quarrien , hebbende de gedaante van kleine M ieren , die in gevolg 
Van tyd aangroeiden , en de gedaante kreegen als de eerftè , die hier afgebeeld ftaat , toe 
dat dezelve hun volkoome grootheid en vleugels hadden bekoomen , als by de tweede 
Figuur is te zien. Zy veranderen in geen Popjes als de Capellen , maar koomen tot 
volmaaktheid door aangrocijing van hun ledemaateh , zo als dit foort van dieren altoos 
is doende. Deeze Diertjes hun vleugelen hebben de gelykenis van een groen blad , en 
zyn ook zo geadert. Van deezen zyn er veele foorten , förnmigen ligt, anderen 
bruingroen; daar zyn ook bonte, graauwe , ja die hun vleugelen als verdorde blade- 
ren fchynen. Onder de Ooftindifche is er een bekent ; die zyii oppervleugels (f ooln 
coleur als maakfel) natüürlyke Oranjebooms bladeren gelyken. Deeze Diertjes in hun 
néften op de boomen tot hun geftajte gekomen zynde , als de eerfte afbeelding vertoont, 
fpinnenfichfelve eenigfints vaft en beweegen fich fterk , tot dat de vleugeis geheel 
losenuitgefpreidzyn, waar door zy meerder kragt krygende, fich los maaken van 't 
fpinfel, waar aan fy vaft waren , en alsdan van de boomen vallen of vliegen : ennade- 
maal hun vleugelen groen en bladswy fe zyn , foo hebben de onkundigen gemeent dat 
deefe aan de boomen gewaden waren. 

Tot vervulling van deeze Plaat is hier onder afgebeeld een foort van een Bos-rot , die 
haar Jongen altoos , zynde vyf a fes in*t getal , op haar rug met fig voert. Zy is geel- 
achtig bruin en aan 't onderlyf wit 5 als deeze Rotten uit haare holen komen om te wy- 
den of om voetfel te foeken , loopen de Jongen om haar, maar genoeg hebbende of 
onraat verneemende , zo klimmen dezelve weder op den rug van haar moeder, flaan 
haar ftarten om den ftart van de oude , die daar mede weder in haar hol loopt. 

Van deeze foort van R otten vind men er verfcheiden , dog de voornaamfte is de zo- 
genaamde Zak-of Beurs- Rot, die altoos haare Jongen in haar lyf omdraagt, welke te 
voorfchyn komen om voetfel , en na dat genooten te hebben , weder in haar moeders 
buik kruipen. 



* • 



4S VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN, 

DE LXVII. AFBEELDING. 

TT\Eze groote , bont gecoleurde 9 en gemarmerde Rups , onthoudt zig op den 
*-* Vygeboom , welkers bladeren zijn voetfel zijn. Indien men hem onzagt han- 
delt of aangrypt , fteekt hy by 't hooft twee oranje Hoorntjes uit, waar mede hy zig 
verweert, en welkers quetfuuren zeer vergiftig en pynlyk zyn. Den 13. Juny is hy 
ingefponnen en tot een geel Popje met bruine vlammen geworden, waar uit den 21. 
der zelver Maand dceze fchoone Capel te voorfchyn quam > zynde Indigo groen- 
achtig en bruin van coieur, dog ecnigfints zilveragtig. 

De andere kleine Rups is groenagtig met witte ftreepen > werd mede op den Vy- 
geboom gevonden. Ik heb er veele van deze foört gehad b dog zyn alle voor en 
aleer die tot verandering quamen geftorven, Eindelyk heeft deze zig den 14. Au- 
gufty ingefponnen, en is tot een bruin root Popje geworden, hebbende aan zyn 
hooft een (navel, als een doorn. Den 21. daar aan volgende quam dit Uiltje daar 
uit, zijnde geel, ligtbruin en wit gecoleurt. 

DE LX VIII. AFBEELDING. 

T^Eze groote uitmuntende gedorende Rups is my door een Neger uit het Bofch 
-L^mede gebragt, zonder te weeten welke kruiden of bladeren hem tot voetfel 
dienen. Hy is fchoon Carmofynroot en goutgeel gecoleurt , hebbende een glans, 
als of dezelve geamalieert was, en is den 10. September in een kort dik en driekan- 
tig Popje verandert, zynde licht zeegroen. Den 12. October quam deze fchoone 
Capel daar uit te voorfchyn 5 zynde op de vier vleugels fchoon blaauw, bruin en 
gout geel gemarmert, hebbende op ieder vlerk zes ronde oogjes, waar van de om- 
trek zwart, de tweede kring goutgeel, en 't middeplekje wit is. 

De andere Rups , zynde geel met zwarte vlakjes^ is my,als de voorgaande , me- 
degebragt, zonder te weeten wat zyn voetfel is. Hy is den 14.. November in een 
fchoon Carmofyn-root Popje verandert , en den 28. daar aanvolgende is deze Brom- 
mer-Uil daar uit voortgekoomen, zijnde bruingeel, en wit gemarmert. 

Dit kleinfte Rupsje, 't geene graauw bruin van coieur is, is mede fyn fpijs on- 
bekent. Het is den 2. Auguftus in een Carmofynrood Popje verandert , enden 10. 
der zelve Maand quam dit Brommer-Uiltje daar uit, zynde mede vuilgeel, bruin 
en wit gemarmert. 



VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 4-9 

DE LXIX. AFBEELDING. 

Iet hier d'afbeelding van één kleine Surinaamfche Krocodil , by de Oofterfe In- 
dianen Caymans genaamt * een dier van groote kragt en vreeslyk, zo wel voor 
rnenfchen als vóór land en water-dieren 5 want hy leeft f o wel op het land als in het 
water, en verflind alles dat hem voorkomt 5 zyn begintfel is uit een ey* omtrent 
zo groot als een ganzen-eyj en 't is onbedenkelyk dat een dier , uit zulk een klein 
bellek voortkomende > aanftonts ö a 8 maal grooter is , als de fchaal daar 't zelve in 
opgefloten is geweeft. Ziet hier een ey, voor aan geopend zynde, en verbeeld on- 
der de agterfte poot van deze afbeelding, en niet tegenftaande fijn klein begintfel, 
word hy een van de grootfte dieren die uit eijers te voorfchyn komen 5 want men 
vint 'er die Wel 20 voet en nog langer zyn. Zy zyn aan 't hooft en over het opper- 
lijf en ftahrt ftark gefchobt, en zo hart, dat zy onqueftbaar zyn ; dog onder aan 
den buik weekhuidig, waarom men ze daar moet treffen om ze te dooden. Haar 
groote kragt beftaat in haar dubbelde rey fcherpe tanden, die wel over malkander 
fluiten, waar mede zy, 't gene zy komen te vatten > aanftonds ver brei felen : hun 
loop is zeer fnel dog regt uit; indien fy met hun lijf zig konden keeren en wenden, 
niets zouw hen kunnen -ontkomen : de beweging van hun kakebeenen is in 't bo- 
venfte deel van hun hooft ; het onderfte ftaat vaft j, 't geen in geen andere fchepfels 
word gevonden, die alle hunne bewecging in het onderfte gedeelte hebben. 

De slangen, die^gelyk de Cröcodillen , meede uit eijeren te voorfchijn koomen, 
zyn veelderly, dog haare eijeren zyti veel kleinder, Ziet hier een voorbeeld onder 
't hoofd van deeze Mang , die Amphisbona , of wel tweehoofdige word genaamt , om 
dat het hoofd en de ftaart beide v&n één omtrek en gedaante zyn, dog dat dezelve 
twee hoofden zouden hebben, is onwaar 5 want men kan al te wel onderfcheiden 
dat het hoöftend een mond en kleine oogen heeft , 5 't geen aan het ftaartend niet is 
te vinden: Onder alle Slangen is deeze wel de fchoonfte van couleur, zynde fwart, 
fchoon root en geel gevlakt : men vind ook andere foorten van deezen, die graauw- 
achtig wit, en ook die geel gevlakt zyn. 

DE LXX. AFBEELDING. 

DEeze Sauvegard, waarom zoo genaamt, is my onbekents zy onthout zich op 
Suriname in de bollenen , zy is glad en fijn gefchobt van huid 5 fijn maakfel 
en leedematen gelyken naar een Hagedis, maar fijn grootte gaat die ver te boven. 
De HagedilTen zyn van veelderlei foorten , waar onder de Salamander mede behoort, 
dog deeze is tufTchen dezelve, en de Liguaan volgt op de Salamander, als deCro- 
codil op de Liguaan van grootte : ons ontbreekt ondervinding om meer van hem 
te f chry ven , dog hy word , gelyk alle de HagedilTen , meede uit eijeren voortge- 
bragt. Dat hy een verilinder is van vogel-eijeren , hebben wy menigmaal in onze 
vogelhokken ondervonden. 



so VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN, 
DE LXXI. AFBEELDING. 

DE Heer A.Scb.a, groot kenner en bezitter van yeeleuitlandfche feltfaamheden , 
heeft ons begunftigt met deeze afbeelding en ondervindinge , nopende de voort- 
teeling der kikvorfchen en haare veranderinge : namentlyk die uit viiTchen vorfchen , 
en die uit vorfchen viiTchen worden , gelyk in de volgende twee Plaatcn te fién zyn. 

Op het eerfte of onderfte Tafereel , toont Letter A de verandering van een by zonde- 
re foort van AmerikaanfeKickvorfchen , dewelke van Kick vorfchen in VifTchen ver- 
anderen, gelyk hier de gedaante word aangeweefen, en by N°. i. fig een volkomen 
Kikvorfch vertoont, van kouleur eenigfints ligt geel en groenachtig, na den bruine 
trekkende, met vlakken op de opperhuid, over den rug en zyden: onder de buik 
is iets bleekcr en gewolkt ; de agterfte pooten gelyken na Eende voeten , en de voor- 
fte na die van de ordinare Kikvorfchen j zy houden zich op in de Rivier van Su- 
riname, als in deComawina-Creek en Pirica. Na dat deze Kikvorfchen haar vol- 
komen groei hebben ontfangen , fchynt daar een verandering uit voort te komen, 
en krygen zy een ftaartje, 't welk allengskens aangroeit, gelyk N°. n. aanwyft, en 
zig in de gedaante van een Vifch komt te vertonen , de voorfte popten krimpen me- 
de allengskens in en verteeren, gelyk N°. in. verbeeld, insgelyks de agterfte, als 
N°. iv. vertoond , en de geheele gedaante van dé Kikvorfch verandert eindelyk in 
een volkomen Visje, gelyk op N°.v. word aangetoont. Deze veranderde Viffchen 
worden van de Weftindiaanen , als mede van de Europiaanen , die daar te lande woo-' 
nen , Jackjes genoemt , en voor een delicate fpys gehouden : zy fijn van Vifch gelyk 
in Holland de Puitaai , haar Rugge-graat en alle Beentjes zyn zagt en knarfigh, dog iri" 
behoorlyke leedjes verdeelt , fijn van buiten zagt in 't gevoel , en met kleine Vinnetjes , 
zeer teder en aardig , in plaats van voeten voorlieü 3 welke Van 't agterfte des hoofts tot 
overdeftaart, en wederom tot aan het midden van de buik zig uitftrekken , de kou- 
leuren veranderen , en worden uit 't donker bruine ligt as verwig. 

Deze voorgemelde verandering is 't tegendeel van onfe Europiaanfche Kikvorfchen, 
waarom op 't ielve blad , tweede Tafereel letter B. haar voortteeling word aangetoont , 
die in de maanden Maarten April gefchied : want wanneer de Lugt in 't Voorjaar warm 
word , verzamelen zich deze Diertjes in ftille wateren en flootcn , volgen haar Natuur 
in de voortteeling, en haar zaad gefchooten hebbende , quoreken, of aanblaazen 't 
zelve met haar uit-afemen , dat daar een warmte of broeijing in komt , en zig deze 
lymigeftoffe ftremt, en doorgaans oogjes bekomt ,., gelyk de EiguurN.i. aantoont 5 
't welk door de warmte van de Zon begiilt te leeven, zoals N°. n. vertoont, daarmen 
uit ieder fvvart oogje een wemeling, als een klyn visje tevoorfchyn ziet komen, dog 
heel fwart zynde , die zig van dag tot dag grooter vertoont , en eerft twee agter-poot- 
j es bekomt, gelyk N°. 11 1. aantoont, en na dat wel 8 a 10 dagen aangegroeit is, ge- 
lyk N°. iv aanwyft, een Vis met twee agter-pootjes verbeeld. Hier na volgt, gelyk 
by N. v getoont word , dat het eene voorfte pootje aan de regter zy , doorgebrooken 
js , en het andere voorfte pootje in het doorbreeken ftaat , dat een dun vlies van de huid 
nog tegen houd, tot dat de poot de kragt bekomen heeft om door te booren, en na 
dat de pooten alle vier te voorfchijn gekomen zyn, vertoont het hoofdje en de gant- 
fche gedaante een Kick vorfch, volgens de aanwyfingop N°. vi. Het ftaartje neemt 
van dag tot dag af enwordkleinder , gelyk N.vn. verbeeld; op N°. vin. ziet men 
maar een klein ftompje, en N°. ix. een compleet Kickvorfchje zonder ftaart, dog na 
't leeven niet grooter als hier verbeeld is , maar worden door den tijd grooter en veran- 
deren van kouleur , gelyk N°. x verbeeld , en nog veel grooter, dat niet nodig oor- 
deelc daar van meerder aan te toonen. 



VERANDERING DER SÜRINAAMSCHË IMSÈGTER $i 

DE LXXIL AFBEELDING. 

Évvyl in het voorgaande de Verandering en Vöört-teeling der Amëricaanfche eri 
Europiaanfche Kickvorfchen heb aangetoont j zal hier aanwyfen op welke ma- 
nier de Afiatifche en Africaanfé Kickvorfehen haar voort -teeling hebben , dat met de 
ï üropiaanie in allen deele overeenkomt 3 uitgenomen in gröoter gedaante en koüleür ^ 
gclykopN » i. aangetoont word , dat het Visje twee agterfte pootjes bekomt, (gelyk 
de gedaante van N u . IV. van dé E üropiaanie) by de daar aan volgende op N°. 1 1. zyri 
de agterfte pooten merkelyk gröoter 5 byde NK 1 11. komt een linker voorpoot te ver- 
toonen, en de vierde of laatfté is mede aan 't uitpuilen, om door de huidtebreeken. 
>ï. iv. vertoont de Kickvorfch met zyri vier pooten , zyn hoofd volkomen na een Kik- 
vorfch gelykende, en de ftaart kleirider , gelyk N. v. aantoont ^ daar de Haart nog 
kleindcrword, en de regte gedaante bekomt 5 zoo dat deze fbört met de b üropiaanie 
overeenkomt in haare voort-teeling en aangroei ; of nu dezelve met de tyd en jaaren 
wederom in Vis verandert , daar van heeft men tot nog toe geen obfervatie of narigt 
gezien of gehoort. 

Het Kroosje , dat zig heen en weder om de Kikvorfchen in het water vertoont , met 
letter A gemerkt , komt uit Africa , uit de Kroos- Zee, daar het ördinaarby menigte, 
in verfcheide foort en kouleuren gezien en opgevift word. Letter B is een Goraal- 
moesje^ groeijendeopeenfchulpje$ het Ark je Nöa genoemd $ komende van de Güi- 
neefe Küft , als mede het Zee-takje Lettet C. De twee onderfte fchulpen zyn een by- 
fondere foort van Amboinfe Haane-kammeri è die öp malkander fluiten , van eert felt- 
faam formaat, gemerkt met de letter D. Het Hoorntje met de mond opwaarts, eri 
gemerkt Letter E , is een bezonder Amboins Agaat tootje , met verfcheide kouleuren, 
zeer raar, alsmede het Hoorntje Letter F is wonderlyk fraai van teekeriing , en komt 
uit Ambon. De Tor letter G komt uit Mocha , is niet alleen gantfchelyk f wart , maar 
heeft een fchoone weerfchynende glans , en twee feldfame hoornt jes als Olie-hoorns, 
en in de midden een lange f nuk , opftaande als een Olifants-fnüit. 

DeAreekboomishierniet gezet om die te befchry ven , nademaal daar al veel van 
bef chreeven is in diverfe boeken , die van uitlandfche GewalTen handelen , maar enkel 
om de Rupfen en Capellen 5 die daar aari groeijen en voortkomen , aan te töonen 5 de 
groote Rups trekt zyn voetfel uit de bloemen en de vrugt van deezen boom , en na dat 
die tot zyn volkomentheid is geraakt $ fpindzylich in tot een Poppetje, en naeenigen 
tyd komt een fchoone groote Capel tetoorfchyn, met mooije fwarte boven- vlerk jes , 
goudgeele ondervleugeltjes , met fwarte randen en ftreepen uitgemonftert , hebbende 
verfcheide roode ftippels op de rug ; de tweede en derde foort zyn mede fwart en geel , 
fchoon geteekent en hoog van kouleur 3 zeer fraai in haar natuur te befchouwen. 



Leaves supported with lens- tissue 
vhere weak. New all-rag end paper 
signatures, leo.tb.er hee4bande. Re- 
bound in full Russell*s oasis moroooo 

' vith hand aiarbled paper sides and . 
vellum corners» Leather treated with 

► potassium laotate & neat's foot oil 
4 lanolin. Juiy 1978. 

Carolyn Horton & Assoo. 
4-30 West 22 Street 
Nev Tork, K.Y: 10011 



39088006394209